Het Tanganyika-meer

Bron: Maandblad van Aquavo, Purmerend

Het Tanganyika-meer is het op een na grootste meer van Afrika. Het is gelegen in het oosten nabij de Rift vallei. Het wordt gevoed door de rivieren en bergrivieren van buurlanden zoals Tanzania en Zambia. Door specifieke geologische condities staat het Tanganyika-meer slechts beperk in verbinding met andere waterlopen. Hierdoor is eigenlijk een microkosmos ontstaan zonder veel externe invloeden. De Cichliden die hier leven hebben een evolutie doorgemaakt die te vergelijken is met die van de vinken op de Galapagos eilanden. Ze hebben zich elk gespecialiseerd in het vinden van een bepaald soort voedsel in een bepaald leefgebied. Zo zijn er in totaal meer dan 150 verschillende soorten ontstaan.

Omwille van de grote van het meer is er voor de vissen die er huizen zo goed als geen stroming voelbaar. Voor het aquarium is het dus nodig dat er een filter wordt gekozen die weinig kracht heeft maar toch zorgt voor voldoende circulatie in het water. Het PH niveau is eerder alkalisch en varieert tussen de 7,8 en 8.8 met een hardheid van 7 tot 12dH. Afhankelijk van de watercondities van het kraanwater moet er dus bijgestuurd worden totdat de juiste waarden worden bereikt. Er zijn een aantal natuurlijke hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld het gebruik van koraalzand in de filter om de PH binnen de juiste waarden te houden. De watertemperatuur van de natuurlijke leefomgeving schommelt tussen de 24 en 29 graden Celsius en dit zou in het aquarium ook moeten worden aangehouden. Om de watercondities optimaal te houden kan er best wekelijks ongeveer 10% van het water ververst worden. Doe dit steeds geleidelijk zodat de waarden niet te erg onderhevig zijn aan grote kortstondige schommelingen.

In het meer zijn verschillende habitat terug te vinden. Elke soort heeft zich gedurende honderdduizenden jaren evolutie aangepast aan een bepaald leefgebied. Aan de randen van het meer zijn er rotsachtige formaties terug te vinden met veel nissen en spleten. Hier leven soorten zoals de Altolamprologus en Julidochromis. Weg van de rotsige kust is de habitat van onder andere Lamprologus en Neolamprologus. Zij verkiezen een zandbodem die bezaaid is met schelpen. Deze schelpen dienen in hoofdzaak voor de voortplanting en mogen dus in het aquarium niet ontbreken. Een tweede belangrijke functie die de schelpen vervullen is het voorzien van adequate schuilgelegenheid bij eventuele territoriumconflicten.

Planten komen van nature minder voor in het Tanganyika-meer, maar er zijn wel enkele mogelijkheden.

Er moet gekozen worden voor sterke plantensoorten die wel tegen een stootje kunnen en gedijen in de vooropgestelde watercondities. Vallisneria, Anubias en Java varens doen het over het algemeen niet slecht in de Afrikaanse aquaria.

Meerdere soorten Cichliden kunnen zonder problemen samen worden gehouden op voorwaarde dat er voldoende territoriums en open zwemruimten worden voorzien. In kleinere bakken (bijv. 120 liter) is het best slechts één habitat te voorzien met één bepaalde soort.

Door de verscheidenheid aan soorten die leven in het meer, is het moeilijk om een kant-en-klaar antwoord te geven welk voedsel het best gegeven kan worden. Er zijn algeneters, vleeseters en insecteneters elk met hun specifieke voedselvoorkeur. Maar de meeste in de handel te vinden soorten hebben geen probleem met het eten van droogvoer. Omdat het meer zo uniek is moet er wel zorgvuldig worden omgesprongen met de keuze van het voer. Er is speciaal droogvoer te koop voor Cichliden uit de Afrikaanse meren. Droogvoer dat gegeven wordt aan andere vissen (zoals de Amerikaanse soorten) kan op termijn giftig blijken voor de Tanganyika-meer Cichliden. Als er wordt overwogen om herbivoren, carnivoren en omnivoren in eenzelfde aquarium te houden is het best om soorten te kiezen die ongeveer dezelfde grote hebben. Anders zouden de kleinere soorten wel eens op het menu van de grotere kunnen komen.

Zoals veel Cichliden soorten zijn ook de meeste uit het Tanganyika-meer vrij agressief en territoriaal. Vooral rond de paartijd kunnen er meerdere conflicten losbarsten. Er zijn ook rustigere soorten, zoals bijv. de Demasoni, die zich beter voelen in een klein groepje. Bij deze soorten is het best meerdere vrouwtjes te houden en slechts enkele mannetjes, dit om hun natuurlijk gedrag te stimuleren. Een gemengd aquarium met grotere en kleinere soorten kan als de bak voldoende groot is. Maar er moet dan zeker voldoende schuilgelegenheid worden voorzien voor de kleinere exemplaren. De keuze van de grote en afmetingen van het aquarium is dus belangrijk in functie van de soorten die je wenst te houden. Het is beter de vissen een groter territorium te geven dan zo veel mogelijk exemplaren te houden, want dit zal uiteindelijk lijden tot stress bij de vissen.

En hoe gelukkiger de Cichliden zich voelen des te meer zullen ze zich natuurlijk gaan gedragen en met een beetje geluk zelfs voortplanten.