Las Iguanas

Bron: Maandblad van A.V. Minor, Maastricht

Het heeft wat weg van een soort mini Jurassic Park, maar de 100.000 groene “iguanas” of leguanen die leven in een reservaat in het tropische woud van Costa Rica, zijn het resultaat van een heel wat onschuldiger wetenschappelijk experiment. De Duitse onderzoekster Dagmar Werner, bijgenaamd “mama leguaan”, probeert op deze manier namelijk een fascinerende diersoort voor uitsterven te behoeden.

Een zomerochtend, vlak voor zonsopgang. In een bos in het CentraalAmerikaanse Costa Rica strekt zich, zover het oog kan zien, een wriemelende massa leguanen uit. Felgroene, bruine of grijze geschubde lijven, veelkleurige staarten en koppen die omhoog zijn gestoken op zoek naar de eerste zonnestralen. Dit zonnebad is het begin van elke dag in een afgelegen stukje Costa Rica, waar de Duitse Dagmar Werner er haar levenswerk van heeft gemaakt om de bedreigde leguaan te redden.

En wie uitkijkt over die tienduizenden koudbloedige dieren, ziet hoe succesvol ze daarin is. En wie haar hoort vertellen, beseft hoe origineel haar aanpak is.

"Mama leguaan" zoals de 54-jarige Duitse in de streek wordt genoemd, legde de lat hoog. Haar hoofddoel was het beschermen van de leguaan, maar dat mocht niet ten koste gaan van het tropische woud en Frau Werner wilde ook een nieuwe bron van inkomsten vinden voor de plaatselijke boerenbevolking. Ecologie, milieubescherming en economische ontwikkeling combineren? Begin er maar aan. Dagmar Werner bedacht daarvoor een unieke aanpak: het commercieel kweken van leguanen. Haar redenering was even eenvoudig als die oplossing onwaarschijnlijk leek.

De groene leguaan is de enige planteneter die in bomen leeft, in tropische gebieden op het Amerikaanse continent. Door de dieren te kweken, bescherm je dus die bosgebieden. Daarbij is het vlees van de leguaan al sinds eeuwen een begeerde lekkernij en wordt het leder van de huid commercieel geëxploiteerd. Dus in plaats van bossen te kappen, zodat de plaatselijke bevolking daar landbouwgronden kan ontwikkelen, met alle gevolgen van dien voor het milieu, zette zij een systeem op om leguanen te kweken. Niet alleen verliezen de stropers die op de dieren jaagden daarmee hun reden van bestaan, maar in de woorden van Dagmar Werner: "De leguaan is het ideale dier om de bosbouw te verzoenen met landbouwbehoeften. Door de soort in stand te houden, wordt ook gezorgd voor een economische opbrengst."

Voordat Dagmar Werner haar 'leguanenpark' uit de grond stampte, hadden die dieren in het wild een overlevingskans van 2 procent. In haar reservaat is dat 90 procent. Zeven maanden nadat de leguaneneieren zijn verzameld en uitgebroed, worden de jonge dieren vrijgelaten. Een jaar of twee later worden ze weer gevangen, zodat ze kunnen wordt gebruikt voor de productie van vlees en leder. Dat laat genoeg ruimte om het voortbestaan van de leguaan te garanderen.

"Sinds we begonnen hebben we al 120.000 dieren vrijgelaten. Maar in 1997 alleen al hadden we op ons reservaat 70.000 geboorten. De balans is dus zonder meer positief en een aantal dieren wordt, na die eerste zeven maanden in ons park, voor de rest van hun leven in vrijheid gelaten, zodat de soort ook in de natuur in stand blijft."

Dat het werk van Dagmar Werner de moeite waard is, blijkt uit het feit dat de leguaan een van de overblijvende leden is van de familie der dinosauriërs en daarmee een van de oudste schepsels die er op de aarde rondlopen. De dieren planten zich tussen hun derde en vijfde levensjaar voort volgens een honderdduizenden jaren oude cyclus. Een keer per jaar, tussen januari en maart, wanneer in de tropische gebieden het droge seizoen heerst, leggen de vrouwtjes een veertigtal eieren, die ze begraven in het zand van zelf gegraven tunnels. Daar worden, tussen april en juni, de kleine leguanen geboren. Dat natuurlijke proces wordt in het park bijna perfect nagedaan in broedkamers. Zo houdt Werner een diersoort in stand dat een onderdeel is van de geschiedenis van de aarde.