Ik kan ook ratelen

Door: Margie v.d. Heijden
Bron: Maandblad van Ons Natuurgenot, Gouda

Als wij in de jungle lopen zijn we altijd op zoek naar slangen. Iets wat echt heel moeilijk is. Ze zijn altijd goed verstopt. Sommigen liggen opgerold in de bomen, anderen verstoppen zich onder het gebladerte wat op de grond ligt. Daarom is het altijd goed uitkijken waar je loopt, zodat je niet per ongeluk er op gaat staan. Ook weet je niet zo snel of het gaat om een giftige of wurgslang mocht je er één zien. In dierentuinen, zoals Blijdorp, kan je dit altijd rustig bekijken zonder dat je bang hoeft te zijn om aangevallen te worden.

In een van hun terraria zit een Amerikaanse slang, de Pituophis melanoleucus, die relatief onschuldig is. Het is een slang die onder heel veel namen bekend is, zoals Sonora-gopherslang, Amerikaanse Stierslang, maar ook Grenen slang, zwart-witte slang, tapijt slang, kipslang en nog veel meer. Hoe dat komt, is verderop te lezen. Wij noemen hem hier de Sonora-gopherslang. Op het bordje in Blijdorp staat zowel de Nederlandse naam Sonora-gopherslang als de Duitse Echte Bullennatter, wat mij even op het verkeerde been zette, daar ik bij Bull meteen aan “stier” denk.

Wetenschappers hebben namelijk ontdekt dat er wel degelijk, zowel lichamelijke als habitat, verschillen zijn tussen de Gopherslangen en Stierslangen en hebben ze als aparte ondersoorten gekwalificeerd. Het lichamelijke verschil zit voornamelijk in de rostrale, een soort harde plaat op de voorzijde van het hoofd, vlak boven de bek. Deze is bij de Stierslang veel uitgesprokener dan bij de Gopherslangen.

Wat hun leefomstandigheden betreft, leeft de Stierslang in bossen, op landerijen, graslanden en in semi-woestijnen van het zuiden van Alberta en Saskatchewan tot het noorden van Mexico en van Indiana naar Montana.

Gopherslangen zijn eerder woestijnbewoners, al zijn er soorten die in droge bossen leven. Zij wonen in het westelijke gedeelte van de Verenigde Staten en Canada, het grootste gedeelte van het noorden en een aantal eilanden van Mexico en in Californië. De Rocky Mountains vormen dus eigenlijk een barrière, die de twee groepen scheidt en voorkomt dat ze met elkaar kruisen.

De meeste kenmerken van de Sonora-gopherslang zijn zo gelijkend aan die van de Stierslang dat hij hier vaak mee wordt verward. Daarom is het gebied waar je hem hebt gevonden, het belangrijkste om hem te determineren. Ook wordt de Sonora-gopherslang wel eens aangezien voor een ratelslang, daar hij, wanneerhij verstoord wordt, hetzelfde sissende geluid maakt en met zijn staart “ratelt” en daarna toeslaat op indringer of prooi. Hij is niet giftig, maar wurgt zijn slachtoffers, die bestaan uit kleine zoogdieren, zoals ratten, muizen, mollen en andere kleine zoogdieren, maar ook vogels en eieren zal hij niet versmaden. Het is een goede holenkruiper.

De huidkleur van de Gopherslangen varieert van effen zwart of effen wit tot geelachtig. De tekening bestaat uit onregelmatige zwarte of donkerbruine vlekken op rug en flanken. De schubben zijn heel goed zichtbaar daar ze sterk gekield zijn. De snuit is ietwat toegespitst. Een duidelijk kenmerk van deze slang is de bruine streep die van zijn oog naar zijn kaak loopt.

De Pituophis melanoleucus heeft vier verschillende ondersoorten:

  • Pituophis melanoleucus lodingi (Zwarte denslang)
  • Pituophis melanoleucus melanoleucus (Noordelijke grenen slang)
  • Pituophis melanoleucus mugitus (Florida pine slang)
  • Pituophis melanoleucus Sayi

De ondersoorten lijken allemaal veel op elkaar met uitzondering van de Pituophis melanoleucus lodingi, die veelal donkergrijs tot donkerbruin is en geen duidelijk zichtbare tekening heeft. De naam dankt hij aan een Deense amateur herpetologist Peder Henry Loding, die in Alabama woonde.

Een volwassen Pituophis melanoleucus kan tot 2.50 meter lang worden. Ze zijn krachtig gebouwd maar de kop is relatief klein en enigszins spits met een vergrote neusspiegel. Ze verblijven in zanderige eikenbossen, naaldbossen, prairies, en rotsachtige woestijnlandschappen maar hij komt zelfs voor in bebouwde gebieden waar hij op zoek gaat naar eten.

De Sonora-gopherslang komt alleen voor in de Sonora woestijn. Zoals bijna alle slangen leggen de Pituophis melanoleucus eieren. Na de paring die in het voorjaar plaatsvindt, legt het vrouwtje in juni-augustus tussen 3 tot 27 eieren die ze in een zelf gegraven kuil deponeert. Na 64-79 dagen komen de eieren, die zo’n 66 mm lang zijn en 45 mm breed, uit. De jongen zijn al snel zo’n 33-45 cm. lang. De soort is geclassificeerd als niet bedreigd, vanwege hun brede verspreiding en grote aantallen.