Zoetwater

Belontia, de echte Goerami's

Bron: Maandblad van De Natuur in Huis, Zwijndrecht

Belontia hasselti Cuvier
Synoniemen: Polycanthus hasselti Cuvier 1831, Polycanthus kuhlii Bleeker, 1845, Polycanthus eindhovenii Bleeker, 1851, Polycanthus helfrechii Bleeker, 1855.

Vernoemd naar de Nederlandse zoöloog Johan Coenraad van Hasselt (1797-1823). Verspreiding in zuidelijk Indochina, vanaf zuidelijk Thailand tot aan Maleisië, Singapore, en de grotere Sunda eilanden (Sumatra, Borneo, Java). Mogelijk hier en daar op Borneo. Deze vis komt het meest voor in zure zoetwater biotopen met weinig waterbeweging, speciaal op moerassige plaatsen waar het water donkerbruin is gekleurd ten gevolge van rotting van organisch materiaal afkomstig van turf en kienhout. Dit resulteert in een verwaarloosbaar gehalte opgeloste mineralen, waarbij de pH tussen 3.0 en 4.0 kan zijn.

Het dichte bladerdak van het regenwoud laat maar weinig licht door tot het wateroppervlak, wat voor een deel bedekt is met bladeren en takken. Aquatische planten die we hier tegen komen zijn soorten als Cryptocoryne, Blyxa, Barclaya, Eleocharis, Utricularia en Lymnophila.

Een typische vindplaats van Belontia hasselti zijn de kustwouden bij Rantau Abang, Maleisië, die bestaan uit smalle kreekjes die langzaam stromen door vegetaties van vooral Melaleuca sp. De bodemsamenstelling is een mengsel van zand en turf, waarbij de zuurgraad 4,5 is.

De hoge diversiteit aan vissen in die kreekjes bestaat uit o.a. Boraras maculatus, Brevibora cheeya, Cyclocheilichthys apogon, Osteochilus spilurus, Parachela maculicauda, P. oxygastroides, Rasbora einthovenii, R. trilineata, Desmopuntius johorensis, Trigonopoma gracile, T. pauciperforatum, Lepidocephalichthys furcatus, Pangio alcoides, P. semicincta, Kryptopterus macrocephalus, Ompok leiacanthus, Wallago leerii, Hemibagrus nemurus, Pseudomystus leiacanthus, Clarias batrachus, C. meladerma, Parakysis verrucosa, Aplocheilus panchax, Hemirhamphodon pogonognathus, Monopterus albus, Nandus nebulosus, Pristolepis grooti, Betta imbellis, B. waseri, Luciocephalus pulcher, Parosphromenus paludicola, Trichopodus leerii, T. trichopterus, Trichopsis vittata, Channa bankanensis, C. lucius en C. striata.

De Belontia hasselti is misschien niet zo mooi als zijn soortgenoot, de diamantgoerami, toch is het, door zijn honingraatvormige tekeningen op zijn vinnen zeker een vis dat niet zal misstaan in een Aziatisch gezelschapsaquarium. Vanwege zijn speciale tekening op het lichaam wordt hij ook wel eens de Honingraatgoerami genoemd. Met zijn 19 cm behoort hij zeker niet tot de kleinste labyrintvissen. Ondanks dat het een zeer vredelievende vissoort is, kan hij een uitgesproken agressief gedrag vertonen tijdens de baltstijd.

We richten het aquarium het beste in met genoeg kien- en wortelhout, om zodoende schuilplaatsen te creëren. Het licht kan men temperen d.m.v. drijfplanten- of bladeren te gebruiken. De bladeren zullen bij rotting bijdragen aan het micromilieu. Waterwisselingen van 10-15% per week moet voldoende zijn. Hoewel deze vis zich in de natuur voedt met kleine schaaldieren en kleine visjes, kan men in het aquarium volstaan met verschillend diepvriesvoer en droogvlokken. Jonge dieren zullen nog rode muggenlarven of artemia accepteren, oudere exemplaren echter niet meer.

De Belontia hasselti houdt wel van licht, vooral binnenvallend zonlicht wordt erg op prijs gesteld. Houdt echter wel rekening met dit invallend zonlicht... een bealgde voorruit is nooit ver weg.

Aan de watersamenstelling hoeven we geen specifieke aandacht te schenken. De pH-waarde mag tussen 6,5 en 8 bij een totale hardheid tot 35 GH. Ons leidingwater uit de kraan zal dan ook op de meeste plaatsen voldoen. Zij houden wel van een iets hogere temperatuur dan andere tropische vissoorten, namelijk de temperatuur mag tussen de 25 en 30 graden Celsius bedragen.

Medebewoners mogen niet te klein zijn, zij worden immers als voedsel gezien. Houdt Belontenia als koppel in uw aquarium, aangezien zij nog wel eens agressief kunnen zijn tegenover andere soortgenoten.

Zoals bij de meeste, zo niet alle goeramisoorten en paradijsvissen het geval is, moeten we de luchttemperatuur boven het wateroppervlak hetzelfde kunnen houden als de watertemperatuur. Deze vissen hebben vaak last van een "verkoudheid". Het gebruik van een luchtpomp en luchtbellen vermijden we dan ook liever. De goerami zal zeker niet aan een schuimnest bouwen wanneer het wateroppervlak zijn bouwwerken steeds verstoord. Wil men tot een geslaagde kweek overgaan, dan moet men wel het koppel gescheiden houden van andere vissen.

Een andere goerami die we voor het voetlicht brengen is: Belontia signata
Syoniemen : Polyacanthus signatus Günther, 1861, Macropodus signatus (Günther, 1861), Belontia signata jonklaasi Benl & Terofal, 1975. Signata is Latijn voor "gemarkeerd".

Verspreiding: Endemisch in Sri Lanka waar het voor komt in de centrale en zuidelijke rivieren, waaronder de Mahaweli, Kelani, Kalu en het Nilwalabekken.

Deze soort bevolkt voornamelijk de kleine, heldere boskreekjes met bodems van zand en kleine stenen. Het geeft de voorkeur aan langzaam stromende beekjes, waar het te vinden is tussen boomwortels en dichte vegetatie. In het Nilwala-bekken werd deze vis aangetroffen in een langzaam stromende, zeer heldere beek met een breedte van 4-8 meter en ongeveer 3 meter diep, met enkele ondiepten van 10 tot 150cm. De bodem bestond uit kleine, gladde, zandsteenkeien gemengd met zand. Emerse beplanting bestond uit Aponogeton en Lagenandra.

Overige soorten hier waren o.a. Devario pathirana, Puntius bimaculatus, Puntius vittatus, Pethia nigrofasciata, Dawkinsia singhala , Systomus pleurotaenia, Systomus sarana, Rasboroides vaterifloris, Rasbora dandia, Laubuca laubuca, Awaous grammepomus, Sicyopus jonklaasi en Ompok ceylonensis.

Belontia signata houdt men in een aquarium met een zachte, zanderige bodem. Aanvullingen, zoals stenen, kan men naar eigen inzicht toevoegen. Bij het inrichten moet men letten op het creëren van schuilplaatsen d.m.v. het toepassen van wortel- en kienhout. Het licht kan men dimmen d.m.v. het gebruiken van drijfplanten als Ceratopteris thalictroides (eikenbladvaren).

Ook deze vis is in de vrije natuur een roofvis. Hij zal zich echter niet zo snel aan kleine visjes wagen, aangezien Belontia signata ongeveer 10-12 cm groot wordt. Als voedsel kan men dan zowel levend als diepvriesvoer gebruiken.

Ten minste drie soorten Belontia signata zijn vastgelegd. De meest voorkomende (B. signata) heeft geen vlek op de pectorale vin en heeft een roder lichaam. De tweede soort, beschreven als B.s. jonklaasi (Benl en Terofal, 1975), komt meer in sneller stromende beekjes voor en bezit een spiegelende, turquoise vlek op de pectorale vin, enkele blauwe schubben op de onderste helft van het lichaam, en een slankere lichaamsvorm.

De derde soort, meestal beschreven als een tussenvorm van eerdergenoemde soorten, wordt gevonden in de laaglanden. Deze heeft geen rode kleur en de uiteinden van de caudale vin lijkt wat blauwig tot zwart.

Meer artikelen...

  1. Tandkarper kan door snelle evolutie overleven
  2. Pangio kuhlii
  3. Nee, dat zijn geen vrienden
  4. Koortsachtige vis
  5. Killivissen
  6. De Sulawesi garnalen
  7. Moenkhausia Sancaefilomenae
  8. Een introductie in het houden van Botia, de soorten
  9. Pantsermeervallen
  10. Een introductie in het houden van Botia
  11. Diamantgoerami met uitsterven bedreigd
  12. Een kaketoe in het aquarium
  13. Guppies hebben sterk verschillende persoonlijkheden
  14. Hyphessobrycon rosaceus
  15. Botia stiata, de gestreepte botia
  16. Levendbarende tandkarpers, meer dan een guppy en platy
  17. Levend voer, een lust voor uw vissen
  18. Kapitaal vernietiging
  19. What's in a name
  20. Rivulus Agilae
  21. Vissen op leeftijd
  22. Nieuw in Nederland, een haring voor in uw aquarium
  23. Danio Margaritatus
  24. Zonnebaars vreet vijvers en poelen in Enschede leeg
  25. De monsterachtige meerval komt er aan
  26. Potamotrygon Laticeps
  27. Algen etende bewoners voor het aquarium
  28. Killi's houden op Aruba
  29. Elassoma Okefenokee
  30. Cyphocharax Multilineatus
  31. Waar is de vierde Danio gebleven?
  32. Arowana zo mooi
  33. Bekende en minder bekende Kongozalmen
  34. Hara Jerdoni
  35. De Vuurneon
  36. Beginnen met Cichliden uit het Victoriameer
  37. De Badis Badis, het Blauwbaarsje
  38. Neolebias Ansorgii
  39. Hyphessobrcon Copelandi
  40. Middelgrote en grote zoetwaterkreeften in aquaria
  41. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand
  42. Poecilocharax Weitmanni
  43. De watervlo
  44. Garra Flavatra
  45. De zoenvis
  46. Betta Smaragdina
  47. Een juweeltje uit Myanmar, Devario Sondhii
  48. Vissen voor in de siervijver
  49. Sawbwa Resplendens, de naakte rasbora
  50. Hoe houden we de roodkoppen uit elkaar?
  51. Meerval houdt van menigte
  52. Dump geen goudvissen!
  53. Pangio Myersi
  54. Labyrintvissen
  55. De extra charme van killivissen
  56. Boraras Naevus
  57. Moois van "down under" Melanoteania Trifasciata
  58. Neolamprologus Similis
  59. Limia Nigrofasciata
  60. Hyphessobrycon Pulcripinnis, de Citroentetra
  61. Acestridium Dichromum
  62. Hemmigrammus Ulreyi of het Tefe-zalmpje
  63. De Bijlzalm
  64. Kweekt u ook slakken?
  65. Brachygobius Nunus
  66. Nieuw in Nederland: Een haring voor in uw bak
  67. Sewellia Lineolata
  68. Mosquitofish en faunavervalsing
  69. Nog steeds een topper: De Chinese Danio
  70. Nannocharax Fasciatus
  71. Stiefkinderen van de gezelschapsbak
  72. De klimbaars kan niet klimmen
  73. Dwergcichliden in het aquarium
  74. Cleithracara Maronii, De Sleutelgatcichlide
  75. De Vuurgarnaal
  76. Corydoras Aeneus
  77. De blinde holenvis
  78. Oreichthys Crenuchoides
  79. Hap, slik, weg
  80. Piranha bijt het allerhardst
  81. Rasbora Pauciperforata
  82. Arapaima's en Arnodichthys Spilopterus
  83. Fotoverslag Discuskweek
  84. Visje kan 17 dagen na zijn geboorte al vader worden
  85. Melanotaenia Boesemani
  86. De Ruitenvlekzalm, wie houdt hem nog?
  87. Aplocheilus Lineatus, een "evergreen" van weleer?
  88. Renslakken
  89. Kardinaal garnaaltjes