Pangio myersi

Bron: Maandblad van Minor-Rasbora-Combinatie, Breda

Deze opvallende soort komt voor in Laos, Cambodja, Vietnam en Thailand en heeft een slangachtig lichaam net als andere Pangio soorten. Verder heeft de Pangio myersi een oranje basiskleur met donkerbruine tot zwarte banden die helemaal doorlopen tot de buik. Sommige vissen hebben de banden zelfs nog op de buik en lopen dus helemaal rond. Deze soort heeft 8 tot 12 zwarte banden over het lichaam lopen. De buik zelf is wit. De vissen hebben doorzichtige vinnen. Er is slechts één synoniem bekend: Acanthophthalmus myersi.

De Pangio myersi vereist een zachte bodem waarin ze kunnen wroeten en zich in kunnen begraven. De bodembedekking mag absoluut niet scherp zijn omdat deze soort een kwetsbare huid heeft die snel beschadigd. Verder moeten er genoeg schuilplaatsen aanwezig zijn in de vorm van beplanting. stenen en hout. Deze vissen zullen elk klein openingetje gebruiken om zich in te verstoppen. Zorg er dus voor dat ze niet vast kunnen komen te zitten. Het is dus bijvoorbeeld aan te raden om het filter te bedekken met bijvoorbeeld een panty. Anders zullen ze in het filter proberen te kruipen met alle gevolgen van dien. Let er ook goed op dat ze zichzelf niet vast kunnen zetten achter of naast de achterwand. Zones in het aquarium met gedempte verlichting door bijvoorbeeld planten is ook een aanrader als je ze overdag wil zien.

De Pangio myersi is een ietwat schuwe vissoort. Ze zitten graag verstopt en houden niet van fel licht. Echter komen ze 's nachts flink tot leven. Ze verblijven graag in de nabijheid van soortgenoten waarbij ze een kluitje met vissen kunnen vormen. Ook tijdens het zoeken naar eten blijven ze veelal dicht bij elkaar. Het is niet echt een scholenvis maar als groep voelen ze zich prettiger.

Het paniek gedrag (heen en weer zwemmen) betekent dat ze niet tevreden zijn met de omstandigheden, na bijvoorbeeld een waterverversing of andere opgeloste stoffen in het water. Je ziet dit gedrag ook wel terug in winkels waar ze niet voldoende beschutting kunnen vinden. De kweek met deze soort is erg moeilijk, maar het is wel mogelijk. Voor zover bekend is er nog geen duidelijke trigger gevonden voor het kweken. Echter wordt er beweerd dat een verschil in luchtdruk een oorzaak kan zijn. De kweek is dus eigenlijk altijd bij toeval. Tijdens het afzetten zwemmen de ouderdieren als een gek door het aquarium. Uiteindelijk zullen ze boven in de bak tussen drijfplanten hun eitjes leggen. Deze eitjes zijn groen en zullen na ongeveer 24 uur uitkomen. De jongen zijn op te voeren met net uitgekomen Artemia of ander zeer fijn voer.

De Pangio myersi wordt vaak verward met de Pangio kuhlii en ook onder die naam verkocht. Het verschil tussen deze twee soorten is het makkelijkst te zien aan de banden. Bij de Pangio kuhlii lopen de banden niet helemaal door tot de buik, terwijl dit bij de Pangio myersi wel zo is, zie ook de foto hieronder. Het determineren van de soorten onderling valt het beste doen bij volwassen exemplaren, groter dan 6 centimeter. De Pangio myseri wordt door de specialist verkocht als reuzen kuhlii, wat met een gemiddelde lengte van 10 centimeter van een volgroeid exemplaar veel groter en dikker is dan alle andere kuhlii soorten. Van deze soort is ook een albino variant bekend. Deze worden zeer zeldzaam aangeboden in een aquariumzaak en dan vaak ook nog voor erg hoge prijzen.