Hoe houden we de roodkoppen uit elkaar?

Door: Loek van der Klugt
Bron: Maandblad van de Rijswijkse, Rijswijk

Het is vrij lastig om de verschillende soorten Roodkoppen goed te benoemen. Met dit artikel een poging om meer duidelijk te verschaffen.

Hemigrammus rhodostomus (Roodneus- of Roodbekzalm):



- relatief weinig rood op de kop, zeker niet op het kieuwdeksel
- drie ongeveer even zware zwarte vlekken in de staart
- een kleine zwarte vlek boven- en onderaan de staartwortel

Vindplaats: benedenloop van de Amazone bij Belem do Para, Brazilë in zwartwater. Hemigrammus rhodostomus wordt ca. 4,5 cm. Te houden bij een pH waarde > 7,0 en een hardheid tot 8 DH, temperatuur 22 - 28 graden Celsius. Gevoelig voor waterwisseling

Hemigrammus bleheri (Bleher’s roodkopzalm of kortweg Roodkopzalm):



- kop geheel rood, rood loopt tot voorbij het kieuwdeksel, soms wel tot halverwege het lichaam
- twee gelijke, maar duidelijk kleinere zwarte vlekken dan bij de Roodneuszalm boven- en onderaan de staartvin
- een zwaardere zwarte vlek midden op de staartvin die bovendien tot over de staartwortel dun uitloopt
- net als bij de Roodneuszalm boven- en onderaan de staartwortel kleine zwarte vlekjes

Vindplaats: Rio Vaupes, Columbia en de Rio Cuiuni, een zijrivier van de Rio Negro in Brazilië, in zacht zwartwater. Hemigrammus bleheri wordt ca. 4cm. Te houden bij een pH waarde van 6 – 6,5 en een hardheid ca. 2 – 7 DH, temperatuur 23 - 26 graden Celsius. Gevoelig voor nitraatwaarde boven de 30 mg/l.

Petitella georgiae (Petitella):



- een duidelijk rode kop, maar waarbij het rood niet verder loopt dan het kieuwdeksel
- net als bij de Roodneuszalm drie tamelijk zware zwarte vlekken in de staartvin, maar waarbij de middelste tot wel de helft van de lichaamslengte dun uitloopt
- anders dan bij de vorige twee soorten maar één klein zwart vlekje op de staartwortel en wel aan de bovenkant, maar wel een duidelijk zwarte vlek aan de voorkant van de aarsvin

Vindplaats: kleine beken bij Iquitos Peru en de Rio Branco Brazilië in witwater. Petitella georgiae wordt tot 6cm. Te houden bij een pH waarde van 5,5 - 7,0 en een hardheid 6 - 10 DH, temperatuur 24 -26 graden Celsius.

Helaas zijn de genoemde kenmerken niet altijd even uitgesproken aanwezig, respectievelijk zit daarin nogal wat variatie. Overigens is de Roodneuszalm nagenoeg volledig door de Roodkopzalm verdrongen en is de Petitella vrij zeldzaam.

Petitella georgiae is de enige soort in een nieuw door de Fransman Jacques Géry in 1964 opgesteld geslacht. Vandaar dat we dit visje kortheidshalve wel met zijn geslachtsnaam kunnen aanduiden. Petitella is een verkleinwoord van petit, wat in het Frans voor klein staat. Petitella betekent dus zoveel als “kleintje”. Hij werd door de Zwitser Boutière aangetroffen in een importzending.