Sawbwa Resplendens, de naakte rasbora

Bron: Maandblad van Barbus conchonius, Middelburg

De Sawbwa resplendens wordt ook wel de naakte Rasbora genoemd. De reden hiervoor is dat hij geen schubben heeft, wat bijzonder is voor een vis. Hij is afkomstig uit Myanmar, het vroegere Birma. Daar komt hij voor in het Inlémeer, een meer van een dikke 20 km lang en 6 km breed, gelegen op 1000 meter boven zeeniveau. Er zijn ongeveer 15 soorten vissen, die alleen in dat meer voorkomen. Het is in dat opzicht een heel bijzonder meer en men spreekt in dat verband van endemische soorten.

Hij behoort tot de familie der Cyprinidae, de karpers, een familie van meer dan 1200 soorten. De onderfamilie is die der Rasborinae. Het is echt een klein visje, hij wordt maar 4 cm. Daarmee is dan ook gezegd dat hij gehouden kan worden in kleine aquaria. Een bakje van 50 cm is al voldoende.

De mannen zijn zilverachtig tot staalblauw met voor aan de kop en achter aan de staart een bloedrode vlek. Vandaar zijn Nederlandse naam “gloeikopje”. De vrouwtjes zien er een stuk saaier uit, die zijn grijsbruin. Het is een vreedzaam scholenvisje, met andere woorden: houd ze alleen in een behoorlijk aantal, minstens een stuk of 12, anders komen ze niet tot hun recht en voelen ze zich doodongelukkig en dat is ze dan aan te zien. Ze worden dan heel erg schuw. In het meer waar ze vandaan komen zwemmen ze in reusachtige scholen rond.

Het zal duidelijk zijn dat ze alleen samen met andere vreedzame, kleine vissen kunnen worden gehouden. Aan de randen en achterin moet het aquarium dicht beplant worden, met voorin een behoorlijke vrije zwemruimte, zodat ze zich in schoolverband aan u kunnen tonen.

Het water moet een pH van ongeveer 7 hebben en een temperatuur van ongeveer 23 graden Celsius. Het mag niet te zacht zijn, in het meer van afkomst heeft het ook een aardig hoge hardheid.

Ze eten graag klein levend voer, maar ook fijn droogvoer wordt gegeten. Als ze tot voortplanting komen worden de eitjes afgezet tussen fijn bladige planten. Als eenmaal de eitjes zijn afgezet moeten de ouders naar een andere bak, anders consumeren ze hun eitjes net zo vlug als ze afgezet zijn. De jongen zijn kleiner dan klein en eten alleen het allerkleinste voer: infusoriën.