Middelgrote en grote zoetwaterkreeften in aquaria

Door: Paul Veenvliet
Bron: Maandblad van De Zilver Tetra, Schoonhoven

Zoetwaterkreeften waren voor mij dieren die in boeken staan, maar die in het wild niet te vinden zijn. Een knipseltje uit een hengelsportblad gaf aan hoe ze in leven te houden zijn als aas om aan de haak te doen. Toen ik in de jaren tachtig de eerste rode zoetwaterkreeften Procambaris clarkii in de winkel aantrof, was ik meteen verkocht. Met wat vallen en opstaan heb ik die enkele jaren in een aquarium gehouden en ook gekweekt.

Later heb ik ook andere soorten gehouden zoals bruine Amerikaanse kreeften Orconectes limosus roodklauw-kreeften Cherax quadricarinatus, Marmerkreeften Procambarus sp. en Turkse rivierkreeften Astacus leptodactylus. Tegenwoordig kom ik verschillende soorten ook regelmatig in de natuur tegen. De verzorging van veel kreeften-soorten komt in grote lijnen overeen. Omdat op forums veel vragen worden gesteld over deze dieren, heb ik mijn ervaringen hier samengevat.

Grotere zoetwaterkreeften zijn op het kreeftengarnalen forum beschreven als ”bulldozers” en ”grasmaaiers”. In een Duits aquariumboek worden ze “wandelende vissenvallen” genoemd. Allemaal beschrijvingen met een grond van waarheid. Grotere kreeften zijn dan ook absoluut niet geschikt voor een weelderig beplant gezelschapsaquarium. Qua verzorging hebben ze wel wat weg van grotere Cichliden en een kreeftenaquarium ziet er dan ook min of meer uit als een Cichlidenaquarium, ingericht met veel stenen en stukken hout als schuilplaatsen en zonder veel planten. Wanneer rekening wordt gehouden met hun natuurlijke gedrag zijn het interessante dieren die in een aquarium goed te houden en ook te kweken zijn. De meeste kreeften graven fanatiek in de bodem, zowel om voedsel te zoeken als om schuilplaatsen te maken. Ze stellen een laag zand of fijn grind dan ook erg op prijs. Voedingsbodems en dergelijke worden een grote puinhoop en kunnen dus niet worden gebruikt (planten worden meestal ook opgegeten dus een voedingsbodem is onnodig).

Stenen en zware stukken hout moeten direct op de bodem van het aquarium worden gelegd zodat de kreeften er geen holen onder kunnen graven, anders vallen ze onherroepelijk een keer om. En ruiten kunnen breken wanneer er een zware steen tegen aan valt. Het is ook mogelijk om de inrichtingsmaterialen vast te plakken met siliconenkit. De kit wordt door de kreeften met rust gelaten.

Om te groeien vervellen kreeften regelmatig. Hierbij kruipen ze geheel uit hun oude huid. Na de vervelling duurt het een paar uur voordat de nieuwe huid van een kreeft hard is geworden. In deze tijd zijn kreeften heel kwetsbaar. Wanneer teveel kreeften bij elkaar in een aquarium zitten of wanneer er te weinig schuilplaatsen zijn, kan het voorkomen dat ze worden aangevreten door soortgenoten.

In het ergste geval kan het gebeuren dat alle poten van een kreeft worden afgevreten, bepaald geen prettig gezicht. Overigens groeien poten wel weer aan, maar dat kost enkele maanden. Overigens wordt de oude huid later opgegeten. Deze oude huid bevat onder andere vrij veel kalk en is een goede voedingsbron voor het opbouwen van een volgende huid. Hierom is het belangrijk om de kreeften hun oude huiden te laten houden.

Kreeften eten vrijwel alles van organische oorsprong. Visvoer, maar ook droogvoer voor katten, is een goede basis. Daarnaast eten ze onder andere; vis, vlees, wormen, diepvriesdoperwtjes, konijnenvoer, algen, waterplanten, waterinsecten en andere kreeften. In mijn aquaria staan vaak tijdelijk waterpestplantjes die voor goudvissenkommen worden verkocht. Dat is een prima aanvullend voer voor de kreeften.

De meeste kreeften zijn erg tolerant voor verschillende temperaturen. Rode zoetwaterkreeften en marmerkreeften kunnen worden gehouden tussen 10 en 28 graden. Roodklauw-kreeften hebben meer warmte nodig en doen het eigenlijk pas goed wanneer ze tussen de 20 en 28 graden worden gehouden. Turkse rivierkreeften zijn wat gevoeliger voor hoge temperaturen maar kunnen een graad of 24 nog wel hebben, als het water goed gefilterd wordt.

Kreeften zijn in staat op enkele uren te overleven op het droge. Als een aquarium ze niet aanstaat dan kruipen ze er vroeg of laat uit. Daarom is het belangrijk een aquarium goed af te dekken met een passende dekruit. Mijn ervaring is dat de Juwel lichtkappen voldoende afsluiten voor grotere kreeften.

Kleine kreeften en jonge exemplaren klimmen langs de slangen van filters en snoeren van de verwarming omhoog en ontsnappen vervolgens via de openingen in de lichtkap.

Kreeften kunnen onderling vrij agressief zijn. Ieder exemplaar verdedigd een eigen schuilplaats. Dat betekend dat in een kreeften-aquarium voldoende schuilplaatsen aanwezig moeten zijn (meer schuilplaatsen als kreeften). Als schuilplaatsen heb ik veel verschillende materialen gebruikt. Goed voldoet een soort ”hunebed”, een platte steen die op een aantal stukjes baksteen ligt. Baksteenstukjes hebben als voordeel dat ze een paar platte kanten hebben, waardoor ze stabiel neer te leggen zijn.

In een aquarium met een bodemoppervlak van 100 x 60 cm kon ik ongeveer 5 volwassen rode zoetwaterkreeften houden, als er meer in zaten dan gaf dat nog wel eens het genoemde droevige (kannibalistische) resultaat. Voor grotere soorten zoals Turkse rivierkreeften en roodklauwkreeften is een minimum-bodemoppervlak van 50 x 50 cm per volwassen exemplaar nodig. In zo'n aquarium van 100 x 60 cm kunnen dus twee volwassen exemplaren van deze soorten worden gehouden, als er voldoende schuilplaatsen zijn.

Kreeften eten graag vis. Ze zijn niet erg handig met het vangen van vis, omdat ze dat vooral op de tast doen. Echter, met namen 's nachts lukt het ze nog wel eens en daarom is het niet verstandig om kostbare vissen in een aquarium met kreeften te houden. Met redelijk succes heb ik o.a. diverse levendbarende (geen sluierguppen), hooglandkarpertjes (Ameca splendens), Danio’s en voorntjes bij kreeften gehouden. Paradijsvissen vielen de ogen van de kreeften aan terwijl zonnebaarzen een vervellende kreeft wisten af te maken. Ervaringen van andere kreeften-houders geven aan dat ook grote Cichliden vervellende kreeften af kunnen maken. Langzame vissen worden meestal door de kreeften opgegeten. Hierdoor zijn labyrintvissen (goerami's; kempvissen), sluierguppen en maanvissen niet geschikt als kreeftengezelschap. Over het algemeen kan gesteld worden dat kleinere, snel zwemmende vissen het minste risico lopen en dus de beste medebewoners zijn voor kreeften. Garnalen worden meestal opgegeten door kreeften, al zijn hierop wel wat uitzonderingen. Krabben winnen het weer van de kreeften en verwonden net vervelde kreeften. Verschillende kreeftensoorten zijn onderling vaak erg agressief en kunnen dus ook beter niet worden samengehouden. Mooie combinaties van kreeften met andere kreeftachtige zijn dus meestal niet mogelijk. Ook slakken, (klauw)kikkers, salamanders en de meeste waterinsecten verdwijnen vroeg of laat in de maag van de kreeften.

Kreeften zijn niet erg kieskeurig voor wat betreft de watersamenstelling. Gewoon (Nederlands) kraanwater voldoet uitstekend. Wel is het belangrijk om ze niet in extreem zuur water te houden. Een pH van minder dan 6 is op lange termijn niet geschikt voor kreeften.