Waar is de vierde Danio gebleven?

Gelezen in maandblad van Antoni van Leeuwenhoek, Assen

Danio’s, wie kent ze niet? Daarbij wordt dan vaak gedacht aan de visjes die vroeger, en kennelijk ook tegenwoordig weer, gerekend werden tot het geslacht Brachydanio. Daarbij is het zebravisje, Brachydanio rerio, nog wel het bekendst. En de luipaarddanio, Brachydanio frankei en de gouddanio, Brachydanio albolineatus, zijn ook oude bekenden. En dan was er nog een visje dat onder de naam “vierde danio” bekend stond. Dat was Brachydanio nigrofasciata. En dat visje heb ik al tijden niet meer gezien. Waar is het gebleven? Wie weet ze te zitten?

De natuurlijke leefomgeving van de vierde danio bevindt zich in de rivieren en meren van Myanmar. De visjes worden 3 tot 4 centimeter groot en blijven daarmee wat kleiner dan de andere bekende soorten. De visjes zijn het best in een school te houden in een goed beplant aquarium met daarin water met een temperatuur van 20 - 26º Celsius. Een donkere bodem en een beetje stroming worden zeer op prijs gesteld. Het zijn allesetertjes en je zou ze eventueel kunnen combineren met ander klein grut, maar niet met grotere en drukkere vissen.

Kweken met deze visjes is – zoals met alle Danio’s – niet overdreven moeilijk, maar deze soort blijkt niet al te productief te zijn. Legsels van 30 tot 40 eieren zijn al heel wat. Aan de andere kant zou een kleinere hoeveelheid jongbroed dan wel weer gemakkelijker op te kweken moeten zijn. De familie van de danio’s wordt in liefhebberskringen de laatste jaren steeds meer uitgebreid met soorten die allemaal even fraai zijn.