Potamotrygon Laticeps

Door: Erik Lievens
Bron: Maanblad van Danio Rerio, Delft

In dit artikeltje wil ik het hebben over een heel speciale vissoort, namelijk de Potamotrygon laticeps, behorende tot de familie van de Potamotrygonidae, bij iedereen bekend als de roggenfamilie. Als wij spreken over roggen, dan denken velen onder ons dat we deze enkel in een zoutwatermilieu aantreffen, omdat ze geregeld te koop worden aangeboden in de viswinkels om te voldoen aan onze culinaire behoeften.

De Potamotrygon laticeps is een zoetwater rog die voor menig aquariaan een uitdaging is, om eens te houden in een aquarium.

Deze vissoort komt voor op het Zuid-Amerikaanse continent, meer bepaald Brazilië, Paraguay, Uruguay en Argentinië. Roggen hebben de typische eigenschap om zich in rusttoestand in te graven in de bodem. Vandaar de noodzaak, wil men deze vis optimale levensomstandigheden geven, om te zorgen voor een zanderige bodem die minstens 10 cm dik mag liggen.

Het zijn namelijk geen bulldozers die graafarmen hebben om in kiezelbodems te graven. Roggen horen thuis in specialaquaria met een groot bodemopper-vlak. Het aquarium hoeft niet zo hoog te zijn: er moet meer aandacht besteedt worden aan oppervlakte, dan aan volume. Zoals onze meervallen zijn het ook bodembewoners. Het houden van deze zoetwaterroggen houdt in dat wij moeten afzien van wortelende planten.

Door de graafmethodes van deze Potamotrygon laticeps is het ondoenbaar om planten vast te houden in de bodem. Enkel drijf- of substraatplanten kunnen in ovenweging genomen worden om het aquarium wat op te fleuren. Dan nog is het niet zo evident om deze planten te houden, omdat roggen, eenmaal ze in beweging zijn, door hun op- en neerwaartse beweging van hun "vleugels" veel bodemvuil doen opdwarrelen. Dit vuil zal zich dan vastzetten op de bladeren, die dan zullen verstikken, met alg vorming tot gevolg. Willen wij dus een aquarium inrichten in functie van deze roggen, dan zullen wij gebruik moeten maken van stenen en kienhoutwortels. Opletten dat wij geen elementen gaan gebruiken die scherpe kanten hebben, anders gaan onze roggen zich zeker kwetsen.

Het zijn heel vredelievende vissen, die gerust kunnen samen gehouden worden met vissen die de middelste en bovenste waterlagen bevolken. Voorwaarde: wij moeten op onze beurt een keuze maken van vissoorten die eveneens niet agressief zijn. In stresstoestand zullen wij deze roggen niet veel zien want dan duiken ze in het zand en zien we enkel hun oogjes erbuiten steken.

Roggen zijn wel heel gevoelig voor waterverontreiniging. Het is dus van groot belang dat wij zorgen voor een ruime, bij voorkeur biologische filtering. Aan de watersamenstelling hoeven we geen grote aandacht te besteden. Zoals voor praktisch alle vissen van het Zuid-Amerikaanse continent, houden wij het water aan de zachtzure kant. Een pH die ligt tussen de 6,5 en 7 en een totale hardheid van ongeveer 10º GH voldoet uitstekend.

Het geslachtsonderscheid is niet zo heel moeilijk te determineren. De mannetjes hebben fellere contrasterende kleuren en hebben vingervormige verdikkingen aan hun buikkieuwen. Een onaangename eigenschap dat deze vissoort heeft, is zijn met weerhaken uitgeruste rug stekel die hij bij gevaar rechtop kan zetten. Als we ze om de één of andere reden willen uitvangen, dan zullen wij dus moeten opletten dat wij geen verwondingen oplopen. Ik zeg niet dat men onmiddellijk gaat doodvallen, maar een gevaar voor ontstekingen is niet uit te sluiten.

Ook bij het uitvangen met een net moet men heel zorgvuldig te werk gaan. Als de stekel in het net blijft steken, kan de vis verwondingen oplopen. Wel is het zo dat deze stekel tot driemaal toe kan terug groeien. Zijn vissenlichaam is afgeplat en de gepaarde vinnen zijn aan elkaar gegroeid en vormen een dunne strook over de volledige zijflanken van de vis.

Het inwendige van de vis bestaat hoofdzakelijk uit kraakbeen, terwijl de buitenzijde bedekt is met schubben.

Ze zijn uitgerust met een stevig gebit. Men moet dus geen Cyclops en watervlooien geven. Stevige voedselsoorten, bij voorkeur levend, zoals regenwormen, mosselvlees, garnalen en muggenlarven, strekt hen tot aanbeveling. Bij gebrek aan levend voedsel kan er ook diepvriesvoer gegeven worden. Ontdooi steeds het voedsel voor het aan uw vissen te geven: dit geldt trouwens voor alle vissoorten. Darmstoornissen of bekschimmel kan voortspruiten uit het eten van ijskoud voedsel.

Roggen zijn prachtige dieren en kunnen zeer majestueus zwemmen. Persoonlijk zal ik er nooit in slagen om me op zo een elegante manier door het water te bewegen.