Killivissen

Bron: Maandblad van De Natuur in Huis, Zwijndrecht

Eierleggende tandkarpers, ofwel killivissen, staan in de belangstelling van duizenden gespecialiseerde hobbyisten over de hele wereld. Killivissen hebben niet alleen fantastische kleuren, maar sommige van deze seizoenvissen vertonen ook een zeer bijzondere manier van voortplanten.

Seizoenvissen als de killivissen leggen hun eieren in poelen die uitdrogen. Als het na enige tijd gaat regenen, vullen de poelen zich weer en komen de jongen uit het ei. Door deze manier van voortplanten kunnen killivissen liefhebbers over de hele wereld elkaar eieren per post toesturen die in licht vochtige turf worden bewaard. Via de aquariumbeurs www.aquabid.com worden soms pittige prijzen betaald voor zeldzame soorten, tot soms wel 10 dollar voor één visseneitje.

De orde van de tandkarpers (Cyprinodontiformes) bevat levendbarende en eierleggende tandkarpers. Die laatste noemen we killivissen, maar sommige killivissen zijn nauwer verwant aan levendbarende tandkarpers dan aan andere killivissen.

Het onderscheid berust dus alleen op de manier van voortplanten en niet op verwantschap. De onderorde Aplocheiloidei omvat alleen maar eierleggende tandkarpers, waaronder de seizoenvissen. De onderorde Cyprinodontoidei bestaat uit diverse families, waarvan de familie van de Poeciliidae zowel eierleggende als levendbarende tandkarpers herbergt. De killivissen in deze laatste familie worden ook wel "lichtoogjes" genoemd.

Killivissen komen voor in Noord- en Zuid-Amerika, Europa, Afrika en Azië. De grootste variëteit en aantallen soorten vinden we echter in de tropen van de Oude (Europa, Afrika en Azië) en de Nieuwe (Noord- en ZuidAmerika) Wereld. Alleen hier komen we de seizoenvissen tegen.

Er zijn tot nu toe meer dan duizend killivissen beschreven, waarvan de meeste echter geen seizoenvissen zijn.

De aanwezigheid van "lichtoogjes" beperkt zich voornamelijk tot Afrika; zij zijn met vele geslachten over vrijwel het hele continent verspreid.

Aphyosemion is met bijna honderd soorten beperkt tot de regenwouden van Kameroen tot Congo. Fundulopanchax bewoont de hetere moerassen in de kustvlakte van deze bossen. Epiplatys (een oppervlaktevis) komt ook in de wouden van West-Afrika voor en in de gehele Sahelzone.

De kleurige Nothobranchius-soorten bewonen de savanne van OostAfrika. Zuid-Amerika kent veel meer seizoenvissoorten en geslachten dan Afrika. Tot eind vorige eeuw behoorden de meeste tot het geslacht Cynolebias. Cynolebias is intussen opgedeeld in vele geslachten, waaronder Hypsolebias, Leptolebias, Notholebias, die voornamelijk in Brazilië voorkomen. In Venezuela en Colombia treffen we onder meer Rachovia, Pterolebias en Austrofundulus aan.