Kweken met fundulopanchax gardneri

Door: Raymond Burger

Sinds enkele jaren staat er een bakje in mijn hobbykamer van 30x20x20 cm. In dit bakje bevinden zich een paar prachtige killi’s die van nature voorkomen in Nigeria en Kameroen. De natuurlijke leefomstandigheden kunnen erg afwijken per vindplaats. Savannepoeltjes en oerwoudbeken zijn voorbeelden hiervan.

Het dieet van deze oppervlaktejagers bestaat uit alles wat beweegt en in de bek past, het zijn echte rovers. Denk hierbij aan fruitvliegen, artemia, mysis (aasgarnaaltjes), watervlooien, muggenlarven, erwtenluis, enzovoort. Droogvoer wordt ook geaccepteerd, maar met minder enthousiasme.

Voor de kweek is niet veel nodig, een bakje met wat katoenen draden (een mop) en wat beluchting is al genoeg. Zelf houd ik het natuurlijker en vul de bak met mos, schors en waterpest, een dun laagje grind en een luchtfilter, hier gaat enkel 1 vrouwtje in. Het schors zorgt voor schuilplekken aan het oppervlak, waar gevaar altijd vandaan komt. Vervolgens word het water voor een maand of 2 tot 3 niet ververst, enkel de filter wordt schoon gemaakt.

Als het vrouwtje na deze tijd goed doorvoed is, komt er een mannetje bij. Vaak begint deze direct met imponeren en kort daarna volgt vaak eierafzet. Deze eieren worden normaliter meestal tegen planten of een mop afgezet, echter verkiezen mijn exemplaren het kale grind in bijna 100% van de gevallen. Na de ei afzetting wordt de man van de vrouw gescheiden en verhuisd naar een ander onderkomen. De vrouw wordt gescheiden van de verse eieren door een tussenschot dat in de bak geplaatst wordt.

In een andere bak met deze soort zit een mannelijk exemplaar met jonge soortgenoten, die mij ineens veraste met hun aanwezigheid. Nooit heb ik hem kunnen betrappen op kannibalisme, maar liever loop ik geen risico’s in de andere bak.

Afhankelijk van de omstandigheden komen de jongen onderwater binnen een maand uit, ze worden dan gevoerd met hele fijne watervlooien en diverse (fijngewreven) droogvoeren. Naarmate ze groter worden verander ik het dieet, droogvoer alleen nog sporadisch, diepvries voer als artemia, watervlooien en zwarte muggenlarven nemen over. Het makkelijke aan deze soorten diepvriesvoer is dat je ze fijn kan wrijven naar de grote van de jongen.

De jongen groeien enorm hard en zijn na een paar maanden al volwassen. Na anderhalve maand zie je al kleur bij de mannen. In deze groeispurt is verversen wel belangrijk, aangezien onder andere nitriet en nitraat negatieve invloed hebben op de groei van de vissen.

Voor dit artikel heb ik geen bronnen gebruikt, enkel mijn ervaring/kennis over de soort wilde ik met u delen.