Grote schoonmaak

Bron: Maandblad Duiken
Door: Barbara en Helmut Corneli

Poetsvissen en garnalen zijn de kleine miep krakers van het koraalrif. En voor hen maakt het niet uit of ze hun reinigde diensten aan een bevriende vis of aan een roofvis aanbieden. Barbara en Helmut Corneli keken toe.

Dat moet toch kietelen bedenk ik als ik me als ik een overijverige poetsgarnaal over de neus van een juweelbaars zie kruipen? Maar naar het zich laat aanzien is het puur genot voor de baars. Hij blijft met wijd uitstaande kieuwdeksels en zijn kop omhoog zweven, terwijl hij zich met zijn trillende borstvinnen in evenwicht probeert te houden. Zijn lichaamstaal liegt er niet om.

Een paar andere collega´s van nauwelijks drie centimeter grote symbiose garnalen zoals poetsgarnalen ook wel worden genoemd hebben hem als klant herkend en zweven als een ware UFO-vloot in zijn richting. IJverig als ze zijn, halen ze op de schubben van de baars allerlei kunststukjes uit om de vis te ontdoen van vervelende voor hen toch heerlijke parasieten als visluizen en kieuwkreeftjes. Uiterst geconcentreerd wijden ze zich aan de goed doorbloede kieuwen, waartussen deze vlijtige schoonmakers driftig heen en weer springen. De juweelbaars is mijn aanwezigheid intussen vergeten. Zonder enig scrupule spert hij zijn bek wijd open. De garnalen zijn blijkbaar niet onder de indruk van zijn scherpe tanden, want ze dartelen daar vrolijk rond en verslinden de etensresten en bacteriën die ze aantreffen. Maar op een bepaald moment heeft de baars toch genoeg van deze meer dan aangename mondverzorging. Hij probeert dit met schokkende bewegingen aan de garnalen duidelijk te maken, zodat de schoonmaakbrigade zich kan terugtrekken.

Nog voor ik er erg in heb, laat staan dat ik mij uit de voeten kan maken, gaat een tamelijk gehavende kogelvis recht op zijn doel af. Kennelijk is zo´n schoonmaakbeurt ook een soort eerste hulp. Direct gaan de poetsgarnalen aan de slag om de wonden schoon te maken en het vuil aan de randen te verwijderen. Dat dit niet helemaal pijnloos gaat, kan ik aan de stuiptrekkingen zien die het arme kereltje meemaakt.

Ai... Ik voel opeens een stekende pijn een overijverigere poetsgarnaal heeft het sneetje in mijn hand ontdekt, en zit daar nu zonder enig medeleven aan te happen. Ik bijt mijn tanden op elkaar en kijk begripvol naar mijn lotgenoten. Maar deze wond zal na deze ruwe behandeling wel sneller genezen, en dat weet ook de kogelvis die deze kwellende procedure meerdere malen per dag ondergaat. Het is een komen en gaan. De volgende klanten komen er weer aangezwommen en eisen de aandacht van de poetsgarnalen op.

De onverzadigbare garnalen hebben hun scharen er vol aan. Als tegenprestatie is het voor hen zogezegd gratis eten en drinken. Deze deal is voor beide partijen een win-winstsituatie, heet poetssymbiose en is één van de belangrijkste leefgemeenschappen op de riffen. Zonder hen zouden vissen door schimmels, parasieten, en bacteriën ten gronden worden gericht. Om er voor te zorgen dat poetsstations gemakkelijk bereikbaar zijn, worden er op allerlei markante plaatsen ingericht: onder overhangende rotsen, in grotten, en spleten en op losstaande koraalformaties. Maar deze garnalen die maar al te graag schoonmaken, leven ook in anemonen en cilinderrozen.

Enkele poetsgarnalen speuren actief naar een paar nieuwe klanten. Althans, dat is de strategie van de oranjerode garnalen met witte band die met hun lange witte antennes poets willende vissen lokken. Ter voorkoming dat de poetsende brigade van grote garnalen, die zes centimeter groot kunnen worden, niet ten prooi valt aan hongerige roofvissen, screenen ze hun klanten eerst. Met de extreem lange, zeer gevoelige voelsprieten zorgen ze dat ze op veilige afstand blijven. In geval van gevaar, als blijkt dat de nieuwe klant zich niet met goede bedoelingen heeft aangediend, kunnen ze zich bliksemsnel uit de voeten maken.

Er zijn ook nog andere rif bewoners die heel goed kunnen poetsen. Vaak zijn het kleine visjes die in een grote groep, met z'n tweeën, of alleen in actie komen.

Als je een beetje oplet, als je over het rif zwemt, zie al gauw waar hun beautysalon zit. Vaak zijn het onbeschermde plaatsen op het rif, zoals groot tafelkoraal, een vreemde koraalformatie of een alleenstaande rots.

Dat er gepoetst wordt kan je vaak het beste zien aan visjes die met een nogal vreemde houding in het water zweven: vaak bewegingsloos en met rechtopstaande vinnen, zodat de ijverige poetsgarnalen echt overal bij kunnen. De koning van de poetsbrigade is de circa tien centimeter lange felblauwe zwart gestreepte poetslipvis, die zenuwachtig over zijn territorium heen en weer schiet. Met zijn continu wippende en kronkelende bewegingen is de vis een soort visitekaartje voor zijn klanten. Maar tegelijkertijd moet hij er ook voor waken dat zijn klanten hem niet voor een gemakkelijke prooi houden, want de poetsvis maakt de rovers van het rif schoon. Hij mag makrelen, krokodilgepen, murenes, en roggen tot zijn klantenkring rekenen. Enkele grondels die ook tot de poetsvissen behoren voorkomen door hun stinkende slijmlaag dat ze per ongeluk verorbert worden. Dat slijm stinkt zo verschrikkelijk dat iedere roofvis de grondels direct uitspuwen. En wie had dat ooit gedacht? Ook leden van de weledele vlindervissen en de jeugd uit de adellijke kringen van de keizersvisfamilie sprokkelen in deze dienstverlening af en toe een maaltje bij elkaar. Maar ze zijn wel voorzichtig en beperkingen zich tot vissen die echt geen kwaad kunnen.

De toegetakelde kogelvis zwemt weer langs waarschijnlijk op weg naar een ander poetsstation. Met medelijden kijk ik hem na, en ik hoop dat de volgende schare poetsmannen wat aardiger voor hem zal zijn.