Pterapogon Kauderni

Bron: Hugo Aqua Nieuws

Een ding is zeker: het zeewateraquarium staat bekend om de kleurenpracht en als je dan naar dit visje kijkt zie je twee kleuren. Zwart en wit. Desondanks is het een juweeltje om te zien.

De juweel kardinaal baars, zoals dit visje ook genoemd wordt is samen met nog 200 andere soorten familie van de Apogogoniadae familie. Bij het bekijken van deze vissen valt u twee dingen op. De bek die in verhouding met de vis buitengewoon groot is en de verticale zwarte lijnen die over het lichaam lopen. Deze lijnen worden op latere leeftijd aangevuld met stippen. In de natuur leven ze veelal samen met zee-egels.

Een echt grote bak hebben ze niet nodig; 100 liter is voor deze vissen genoeg. Dit omdat ze toch al niet zo groot worden (maximaal 10 centimeter) en omdat ze trage zwemmers zijn. Vandaar dat ze zich voor hun veiligheid graag in de buurt van een zeeanemoon ophouden. In verband met de hoogte van de vis, is het aan te raden om een vrij hoge bak voor deze vissen uit te zoeken. De temperatuur van het water hebben ze het liefst tussen de 22 en 25 graden met een zoutgehalte van 1.020 en 1.025.

Deze vis voelt zich het beste thuis in een bak met meerdere schuilplaatsen, het liefst in gezelschap van enkele zee-egels. Soms zoeken ze beschutting tussen gorgonen en andere vertakte koralen. De lagere koralen hebben hier in het geheel geen last van. Ook andere lagere dieren zoals poliepen, oren enz. zullen van dit visje geen enkele hinder ondervinden. Ze laten ze volledig met rust. De kauderni is met het eten niet kieskeurig. Cyclops en artemia gaan erin als koek.

Ook diverse diepvriesvoer zegt het visje geen nee tegen. Aan andere soorten voer zijn ze snel te wennen.

Hun thuisland is vrij beperkt. Ze worden alleen gevonden rondom de Banggai-eiland en Indonesië. Doordat ze op dit klein vindgebied voorkomen, worden ze met uitsterven bedreigd. Vandaar dat het volgende stukje (het kweken) van groot belang is. Zo helpt u niet alleen mee aan de redding van dit fraaie visje, maar het geeft u ook nog eens extra aquariumgenot.

Een tweede mooie bijkomstigheid van dit bijzondere visje is de kweek. Dit kan in het aquarium plaatsvinden. De reden hiervan is, dat de jongen de meest kwetsbare tijd veilig in de bek van de vader blijft zitten. Na zo´n 23 dagen worden de jongen uitgespuugd bij voorkeur tussen de naalden van een zee-egel.

Hebt u die niet, dan kunt u die eventueel zelf creëren. Hiervoor neemt u een stuk steen uit het aquarium (of een verzwaard stuk tempex, kurk of zoiets). Hierin steekt u een aantal haren van een harde bezem. En zie hier: de egel is geboren. Hierna is het belangrijk om ze uit de bak te halen en in een veilige omgeving uit te zetten. Bijvoorbeeld in het filter of in zo'n drijfbakje zoals we die kennen uit het zoetwateraquarium. De eerste dagen kunnen ze gevoerd worden met Brachionus (Radardiertjes), vermengd met Naupliën (pas uitgekomen pekelkreefjes). Na vier weken kunt u langzaam beginnen met droogvoer en diepvriesvoer.

Samengevat het is een fraai visje, dat de lagere dieren met rust laat, geen hoge eisen stelt, niet zo´n grote bak eist en wat met een beetje geluk met het kweken nog wat extra plezier oplevert en dat in scholen gehouden kan worden (en dat is ook al heel wat voor een zeeaquarium). Waarom hebt u dit moois nog niet in uw bak?