Waarom maken slakken het zo bont?

Bron: Maandblad van Hugo Aqua, Heerhugowaard

Een baars zwemt hongerig over het rif. Als hij vandaag geen vette buit kan bemachtigen moet hij zich noodgedwongen maar met iets kleins tevreden stellen. Hij zwemt op een koraalrots af waarop een bont gekleurde draadslak rondkruipt. Het laatste uurtje lijkt voor dit slijmerige diertje te hebben geslagen, of het ongelofelijke gebeurd; de rover wordt door zijn prooi afgeschrikt, klapt de opengesperde kaken op elkaar en zwemt weg. 1-0 Voor de slak.

Met welk wapen hij zijn vijand op de vlucht heeft gedreven wordt bij nadere beschouwing duidelijk. De draadvormige aanhangsels op de rug van het dier vormen geen versiering, maar bevatten een gif dat die onschadelijke slakjes oneetbaar maakt. Alle draadslakken, ook de slechts drieënhalve centimeter grote drummonds draadslak (Facelina auriculata) die in de Oostzee leeft, maken van deze tactiek gebruik.

De slak maakt zich met genoegen meester van Hydrozoën (neteldieren) en kwallen. Hun netelvellen schrikken de rover in het geheel niet af. Integendeel, de slakken nemen het zeer explosieve gif geschut van hun prooi over en slaan dit onverteerd in hun rug aanhangsel op. Bewijs dat er ook in de natuur wordt gejat. Maar nu moet de slak nog overtuigen van zijn gevaarlijkheid voordat het effect sorteert. Hij wil ten slotte niet door elke vis als mogelijke prooi geproefd en weer uitgespuwd worden. Wie bont gekleurd is zal ook worden herinnerd, zo moet de slak hebben gedacht, en komt met hippe waarschuwingskleuren op de proppen. De boodschap: “niet aanraken ik ben oneetbaar” werkt.

Welke rif bewoner het ook probeert, hij spuwt de vermeende prooi meteen weer uit. Ook vissen moeten leren wat op hun menu thuishoort. De baars heeft de slak uitgespuwd en zal thans elke identiek uitziende prooi met rust laten. Overwinning op punten voor de hele slakkenfamilie.