Levendbarende tandkarpers, meer dan een guppy en platy

Door: Wim van Staalduinen
Bron: Maandblad van de Westlandse Aquariumvereniging Azolla

Levendbarende tandkarpers behoren sinds de introductie van het aquarium tot de populairste aquariumvissen. Bijna iedere aquariaan heeft deze soorten wel eens gehouden. In elke aquariumwinkel zijn kweekvormen van guppen, platy’s, molly’s of zwaarddragers te koop.

Het idee is dat de kweek van deze soorten ook eenvoudig is en dat ze zich zonder problemen onder alle omstandigheden prettig voelen en vermeerderen. Het feit dat deze levendbarende tandkarpers altijd in de top tien van meest verkochte aquariumvissen zullen blijven voorkomen, doet echter vermoeden dat dit kennelijk niet het geval is. Het is een verhaal dat ik gelezen heb in het blad “Vissen Binnen & Buiten” geschreven door Kees de Jong

In de beginjaren van de 20e eeuw, toen de aquariumhobby op gang kwam, waren levendbarende vissoorten een regelrechte sensatie. Een randvoorwaarde was wel dat de vissen te houden moesten zijn in die tijd in nogal primitieve aquaria, die niet of nauwelijks werden verwarmd. De eerste levendbarende tandkarper die werd gehouden was Phalloceros caudimaculatus, waarvoor in die tijden een astronomisch bedrag werd betaald.

Met de introductie van zwaarddragers, platy’s, black molly’s en de guppy’s ontstonden door kruisingen en selectieve kweek allerlei fraai gekleurde en gevormde kweekvormen, die de minder gekleurde wildvormen verdrongen.

Met deze bijdrage wil ik een lans breken voor deze groep vissen. Een groot aantal van deze vissen is namelijk prima geschikt voor het gezelschapsaquarium en vormt door hun interessante gedrag en aansprekende uiterlijk een prima aanvulling op het aanwezige vissenbestand. Tot de levendbarende tandkarpers behoren ongeveer 190 soorten en met enige regelmaat worden er nieuwe soorten aan toegevoegd.

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de levendbarende tandkarpers loopt van het zuiden van de Verenigde Staten tot aan Argentinië en omvat tevens de Caribische eilanden. Ze worden in dit immense gebied in allerlei typen water aangetroffen. Sommige soorten, zoals de zwaarddragers en platy’s uit het genus Xiphophorus, worden alleen aangetroffen in puur zoet water, maar andere zoals een aantal uit het genus Poecilia, komen ook in brak en zelfs in zeewater voor. Voorbeelden hiervan zijn de “mangrove molly” (Poecilia orri) en de “oogvlektandkarper” (Poecilia vivipara), die zowel in zoet-, brak- als zeewater leven. Om deze soorten te houden is het van belang om te weten met welke populatie men te maken heeft, want de herkomst bepaalt de noodzakelijke samenstelling van het water.

Per soort verschilt de grootte van het verspreidingsgebied. Zo hebben “groene zwaarddragers” (Xiphophorus hellerii) een verspreidingsgebied van 1100 km lengte dat van midden Mexico tot aan Guatemala loopt. Veel andere soorten worden slechts in een beperkt gebied of soms zelfs een enkele bron aangetroffen. Door vervuiling en uitdroging verdwijnen telkens meer biotopen. Vooral soorten die slechts op een enkele plaats worden aangetroffen, zijn ondertussen bedreigd. De drie soorten platy’s uit het noorden van Mexico (Xiphophorus meyeri, X.gordoni, en X. couchianus) zijn zeer bedreigd en voor hen is het kweken in het aquarium van belang om de soorten te redden. (Ik heb van alle soorten geprobeerd te achterhalen of deze in de handel te verkrijgen zijn, helaas is dat niet gelukt).

Tegenwoordig komen levendbarende tandkarpers door het toedoen van de mens op nog veel plaatsen voor. Het bekendste voorbeeld hiervan is het “muskietenvisje” (Gambusia holbrooki), dat tegenwoordig ook in zuidelijk Europa en Noord-Afrika bijna overal wordt aangetroffen.

De introductie van deze vis in deze streken had tot doel het bestrijden van malaria en is mede door het Rode Kruis uitgevoerd. Tegenwoordig is er bijna geen watertje in deze streken te vinden waar het muskietenvisje niet wordt aangetroffen. Een groot nadeel van deze introductie is dat veel oorspronkelijke soorten, waaronder eierleggende tandkarpers door de nieuwe concurrentie zijn verdwenen.

Ook aquariumliefhebbers hebben door het loslaten van hun overschot veel soorten verspreid. Op plaatsen waar het water de juiste temperatuur heeft zijn levende tandkarpers te vinden. Koelwater is een plaats waar onder andere guppen zich weten te handhaven. Zo werd een “natuurlijke populatie guppen en andere vissoorten” aangetroffen bij de wateruitlaat van de centrale aan de Gaslaan in Den Haag.