Planten planten

Door: Jan Altink, Bron: Maandblad Aquariumvereniging Aquaria H-S en Xiphophorus Oss

Nee, u leest de titel goed. De meeste fouten bij aquariumplanten worden namelijk gemaakt bij het planten ervan. Maar eerst iets anders.

De overgrote meerderheid van planten die wij toepassen in het aquarium zijn feitelijk moerasplanten, die dus een deel van hun leven onder water en een deel van hun leven boven water doorbrengen en soms beide tegelijk. Het kunnen getijdenplanten zijn, die met een hoge en lage waterstand op het getij te maken hebben, of seizoenplanten, met een natte en een droge tijd, of planten die permanent natte voeten hebben, maar toch ook boven water groeien. Al deze planten hebben gemeen dat ze een wezenlijk verschillende onderwatervorm en bovenwatervorm hebben. Er zijn er die het permanent onder water goed doen, er zijn er die na verloop van tijd afsterven en er zijn er die na verloop van tijd een rustperiode willen hebben. Al is de laatste groep (Aponogeton) eigenlijk een uitzondering. Dit zijn echte onderwaterplanten, maar wanneer na verloop van tijd de oevers droogvallen, sterven de planten af, de knollen in de bodem gaan in rust en bij de volgende hoogwater periode lopen ze weer uit. Dan heb je de “”echte” waterplanten, die permanent ondergedoken leven (en boven water subiet dood gaan). En ten slotte heb je nog vensterbankplanten, die (uiteraard) in het aquarium niets te zoeken hebben, maar wel volop door de aquariumhandel voor die toepassing te koop worden aangeboden. Met grote regelmaat zie je bontgekleurde Dracaena’s, Calatea’s, Spatyphyllums en een hele serie aan gekleurd generfde plantjes aangeboden worden. Al deze planten horen in de vensterbank, in een terrarium of paludarium thuis en gaan na maximaal een paar weken ondergedoken te hebben staan, onherroepelijk dood. Niet kopen dus!

Het verschil tussen de “echte” waterplanten en de moerasplanten is simpel te zien. Echte waterplanten hebben de opwaartse kracht van het water nodig om overeind te blijven. Eenmaal buiten het water zakken ze als een vormloze hoop in elkaar, terwijl moerasplanten stevig zijn van zichzelf en ook boven water overeind blijven. Omdat moerasplanten boven water sneller groeien en omdat ze dan beter/makkelijker te kweken zijn, worden deze planten nagenoeg altijd boven water gekweekt. Wat je in de handel ziet staan is dus vaak een boven water gekweekte moerasplant (dus in zijn bovenwater vorm!) die onder water getoond wordt. Realiseer je dus dat, wanneer je zo’n plant koopt, de plant de eerste paar weken (tot maanden) een omzetting naar de onderwater vorm zal doen, waarbij de “oude” bovenwater bladeren worden afgestoten en er nieuw onderwater blad gevormd wordt.

Aangezien de twee vormen vaak als dag en nacht van elkaar verschillen, is het zaak daarmee rekening te houden wat betreft plaatsing in het aquarium. Vervelend is ook dat nagenoeg altijd de onderwater vorm getoond wordt in boeken e.d., terwijl winkels de bovenwater vorm verkopen, zonder informatie of afbeelding van hoe de plant gaat worden. Huiswerk doen, dus!

Vaak wordt ook gesteld dat voor een mooi plantenaquarium een voedingsbodem een vereiste is, maar mijn persoonlijke ervaring is anders. Allereerst gaan voedingsbodems doorgaans maar een paar maanden mee. Wanneer je ooit planten gaat verplaatsen, woel je wel de rommel op die de voedingsbodem was en dat geeft bende in het aquarium. Ik gebruik vloeibare plantenmest, in combinatie met laterietkorrels bij planten die daar behoefte aan hebben.

Vaak wordt ook beweerd dat een bak te fel verlicht kan worden, maar voordat we de middagzon in de tropen evenaren met een paar tl-buisjes, moeten we er nogal wat plaatsen. De meeste planten hebben veel licht nodig om ze goed (d.w.z. gedrongen) te laten groeien. Mensen die beweren dat hun planten “groeien als een gek, ik heb ze verleden week gesnoeid en nou staan ze alweer bovenaan”, snappen niet wat er aan de hand is. Namelijk dat er veel te weinig licht op de bak staat, waardoor de planten zo snel mogelijk zo hoog mogelijk proberen te komen, wat zeer slungelige planten te zien geeft. Goede groei gaat langzaam en compact. Veel licht dus. Vervang oude buizen tijdig, want het licht dat de planten nodig hebben (rood en blauw) vermindert met het verouderen van de buis. Tenzij je Philips buizen uit de 800 of 900 serie gebruikt. Gebruik reflectors op alle buizen, houd een dag van 12 tot maximaal 14 uur belichting aan. Langer belichten om oude buizen te compenseren is zinloos en leidt alleen maar tot algengroei.

Plaats buizen bij in de kap, indien mogelijk. Standaard wordt elke lichtkap met te weinig buizen uitgevoerd, uit concurrentie overwegingen. Dus in een kap met 1 buis moeten er eigenlijk 2, in een kap met 2 buizen moeten er eigenlijk 3 of 4. Veel kappen zijn van binnen (net als van buiten) zwart. Zwart absorbeert elke lichtkleur en is dus de beroerdste kleur die je voor de binnenkant van een lichtkap kunt gebruiken. Ingeval van een kunststof kap: haal de buis of buizen er uit, plak de schroefdraad van de armatuurfittingen af met tape, schuur de (schoongemaakte) binnenkant even licht op met waterproof schuurpapier korrel 180-220.

Ontvet met een keukendoekje en spiritus en spuit de hele binnenkant met een kunststof primer in een spuitbus, liefst in een lichte kleur. Laat drogen volgens de aanwijzingen en spuit er (weer spuitbus) witte hoogglanslak overheen. Doe dit soort dingen buiten of in een zeer goed geventileerde ruimte en gebruik daarbij de geëigende bescherming. Wit reflecteert alle kleuren licht en geeft ook geen verkleuring (zoals wanneer je de binnenkant oranje zou maken bijvoorbeeld).

Wat betreft het gebruik van CO2 (kooldioxide): ik gebruik het nauwelijks. Wie er geen gedoe mee wil, kan een Carbo-plus unit gebruiken. Aansluiten op de schakelklok van de verlichting werkt perfect: licht aan, CO2 aan, licht uit, CO2 uit. Wie met gascilinders wil werken: keuze genoeg. Van spuitbusjes voor kleine bakken tot compleet gecomputeriseerde systemen.

En dan het eigenlijke planten zelf! Stengelplanten dienen per stuk (per stengel) apart geplant te worden, op enige afstand van elkaar, zodat elke stengel rechtop kan staan en ook de onderste bladeren zich kunnen ontwikkelen. Wanneer er een “bosje” stengelplanten gekocht is, voorzien van een verzwaring in de vorm van een stukje bladlood, knip dan met je aquariumschaar de stengels een stukje boven het lood door. Als dat nog niet het geval is, knip dan de stengels op verschillende lengten af, verwijder de onderste bladeren (op de onderste 5 cm of zo van de stengel) en plant de stengels per stuk, met behulp van een pincet en naar grootte (hogere achteraan, lagere meer naar voren) in.

Potplanten dienen zonder pot en zonder steenwol te worden geplant. Neem dus het geheel uit de pot, peuter zoveel mogelijk steenwol tussen de wortels uit en spoel de plant even onder lauw water af om losse delen te verwijderen. Kort met de aquariumschaar de wortels in tot 3 à 4 cm lengte. Wanneer de wortels door de pot zijn heengegroeid, knip deze dan met de aquariumschaar vlak langs de pot af. Moerasplanten die onder water groeien. maken wortels op de plek waar ze staan. Na verplaatsen sterven de oude wortels af. Laat dus net voldoende wortels zitten om de plant stevig in de bodem te kunnen plaatsen, maar niet meer. Wanneer de wortels niet worden ingekort, zal de plant nieuwe wortels moeten maken in een massa wegrottende pulp van de oude afstervende wortels. Geen goed begin!

Uitzonderingen zijn planten die een rhizoom maken, een verdikte, “knolachtige” wortel. Het verschil is je gelijk duidelijk wanneer je er een ziet. Cryptocorynen zijn een goed voorbeeld.

Kort de gewone wortels in, maar laat het rhizoom intact. Wanneer je een potje hebt met allemaal kleine plantjes erin, of een groepje planten dat gescheiden kan worden, zal je al deze plantjes apart moeten planten. Met plantjes zoals Naaldgras (Eleocharis) kan dat een behoorlijke opgave zijn.

Houd rekening met een eventuele vormverandering in het geval van moerasplanten, zorg dat je planten koopt met een naamaanduiding en zoek de betreffende planten op in een boek om informatie over standplaats, lichtbehoefte en grootte te weten te komen. Uiteraard werkt andersom veel beter: kies planten uit in een boek en ga gericht kopen. Heeft de winkel ze niet, probeer ze dan te bestellen, of zoek on line.

Tot slot nog even over zuurstofpompjes (waarmee zonder uitzondering luchtpompjes bedoeld worden): wanneer je een mooie plantenbak wilt, dien je ervoor te zorgen dat een luchtpompje overdag UIT is geschakeld. De extra waterbeweging zal CO2 uit het water verdrijven, terwijl de planten dat overdag juist nodig hebben voor hun fotosynthese. ‘s Nachts dient het pompje juist AAN geschakeld te worden. omdat dan zowel de vissen als de planten zuurstof (O2) inademen en kooldioxide (CO2) uitademen. Dus is het ’s nachts juist prima om CO2 uit het water te verdrijven; er vindt immers geen fotosynthese plaats. Een apart schakelklokje dat precies tegengesteld is geschakeld aan dat van de verlichting zorgt dat dit perfect werkt.