Salvinia natans of vlotvarentje

Dit drijfplantje komt voor in Europa en Azie. De drijfbladeren van de Salvinia natans zijn zeer variabel van vorm, rond tot elliptisch en al naargelang de groeiomstandigheden vrijwel vlak of met min of meer opgerichte, licht golvende randen met middelgroene kleur en tot 3,5 cm lengte. Op de bladoppervlakte bevinden zich korte stijve haren. Die staan op verscheidene kleine knobbeltjes en zijn aan de voet en naar de top toe met elkaar vergroeid.

Bij goede lichtvoorziening groeit de Salvinia natans vaak weelderig en moet dan vaak uitgedund worden. Ze kan dienen ter afscherming van waterplanten die minder lichtbehoefte hebben, zoals bijvoorbeeld diverse soorten Cryptocorynen.

Aan de watersamenstelling worden geen speciale eisen gesteld. De temperatuur mag tussen 18 en 26 graden Celsius zijn. De vermeerdering van de Salvinia natans geschiedt door voortdurende vertakking. In cultuur worden heel zelden sporen gevormd. De "wortels" zijn in feite in haarslippen verdeelde waterbladeren die lijken op wortels.