Algen in de vijver voorkomen

Bron: www.schonevijver.nl

Draadalgen en een groene vijver. Wat u kunt doen om algen in de vijver te voorkomen en te bestrijden.

Wat zijn algen?
Draadalgen en zweefalgen zijn in feite gewoon planten en komen van nature voor in elk water, dus ook in de vijver. Net als andere planten groeien ze door voedingsstoffen met behulp van zonlicht om te zetten in bladgroen. Algen staan aan het begin van de voedselketen. Heel veel kleine waterdiertjes leven van algen en daardoor zijn algen van nut in de vijver. Ook zijn ze, net zoals de andere planten, een bron van zuurstof in de vijver. En een vijver die geen helemaal geen algen bevat, is eigenlijk een dode vijver.

Toch hebben we liever geen of niet teveel algen in de vijver, want het is geen mooi gezicht of het is slecht voor de vijver. We beschouwen het dan ook meestal als lastig onkruid in de vijver en willen er zo snel mogelijk vanaf. Dat kan, maar dan moeten we er eerst iets meer van weten.

Welke algensoorten zijn er?
De algen waar we in de vijver mee te maken hebben zijn grofweg in 2 hoofdsoorten onder te verdelen te weten:

  • draadalgen, ook wel slijmalgen genoemd
  • zweefalgen die groen water veroorzaken

Draadalgen zijn lange groene slierten die vanaf de bodem of andere aanhechtingspunten naar de wateroppervlakte groeien. Als ze de oppervlakte hebben bereikt, klonteren ze samen en vormen ze meerdere drijvende “flossen”. In het geval van draadalgen is het vijverwater meestal wel helder.

Zweefalgen zijn eencellige plantaardige organismen voorzien van 2 trilhaartjes waarmee ze zich voortbewegen. Ze maken geen bladgroen aan, want eigenlijk zijn zweefalgen een tussenvorm tussen bacterie en plant en ze vermeerderen zich door deling. Bij een lage watertemperatuur zijn ze transparant en inactief. Als echter de watertemperatuur stijgt, nemen ze voedingsstoffen op waardoor ze groen kleuren.

Doordat ze zich snel vermeerderen en daarbij kolonies vormen, kleurt het vijverwater groen en troebel. De vijver lijkt dan op een pan vol groene soep.

Algenbloei of algengroei?
In de volksmond wordt een explosieve groei van algen wel eens algenbloei of waterbloei genoemd. Dat is een foutieve term, omdat algen niet bloeien. Maar onder bepaalde omstandigheden kunnen ze zich wel heel snel vermeerderen. Dat geeft niet alleen de vijver een minder fraaie aanblik, maar er kunnen als gevolg van een sterke algengroei ook problemen in de vijver ontstaan. In draadalgen kunnen vissen verstrikt raken en dood gaan, filters raken erdoor verstopt en u blíjft maar bezig met de draad-algen uit het water te verwijderen. Zweefalgen zorgen ervoor dat het vijver water uit balans raakt en neemt zonlicht weg waardoor de vijverplanten afsterven. Een ernstig door zweefalgen aangetaste vijver wordt een groene, troebele soep en kan zelfs onaangenaam gaan ruiken. Zowel zweefalgen als draadalgen belemmeren de groei van de vijverplanten door het wegnemen van zonlicht en voedingsstoffen.

Hoe komen algen in mijn vijver terecht?
Zoals gezegd, draadalgen en zweefalgen komen van nature voor in water. Zelfs als u uw vijver pas hebt gevuld met kraakhelder kraanwater, dan nog is het een kwestie van een korte tijd voordat de eerste algen zich laten zien. De eerste sporen (zaadjes) van algen komen vaak al mee met de vissen en planten die u in uw vijver zet. Maar zelfs als dat niet het geval zou zijn geweest, dan worden de algensporen vanzelf door regen en wind in uw vijver gebracht.

Interessant allemaal, maar waarom groeien die algen zo hard in mijn vijver?
U moet weten dat algen met zeer weinig tevreden zijn. Een heel klein beetje zonlicht en voeding en ze kunnen zich prima redden. Daardoor komt het, dat ze al vroeger in het seizoen, bij lagere temperaturen, groeien dan uw vijverplanten. Ook groeien algen in een veel sneller tempo en tot later in het seizoen dan uw vijverplanten.

Zo groeien draadalgen zelfs in de winter door, hoewel veel langzamer. Zowel de draadalgen als de zweefalgen zijn regelrechte concurrenten van uw vijverplanten voor wat betreft de opname van zonlicht en voeding. Iets te veel van de laatste twee en krijgt u te maken met draadalgen of zweefalgen in uw vijver. Daarbij hebben algen de vervelende eigenschap dat als ze eenmaal beginnen te groeien, dat ze alles in het werk stellen om zichzelf te vermeerderen, dit uiteraard ten koste van uw vijverplanten.

Op de vraag hoe algen in de vijver komen, zijn dus twee korte antwoorden mogelijk: te veel zonlicht op de vijver en te veel voedingsstoffen in de vijver.

Deze antwoorden hebben nadere toelichting nodig, zodat we de oorzaken van de uitbundige algengroei kunnen vaststellen en ook maatregelen kunnen nemen.

  • Een vijver in de volle zon zal eerder last krijgen van extreme algengroei. Het meest ideaal is om een vijver zodanig aan te leggen dat hij half in de schaduw ligt. Bij een bestaande vijver die in de volle zon ligt, zit er niets anders op dan voor meer schaduw te zorgen. Dit kan bijvoorbeeld door het bouwen van een pergola en deze te laten begroeien of door er een rieten dak of iets dergelijks op aan te brengen. Ook het planten van hoge gewassen bij de vijver of het aanbrengen van een verschuifbaar schaduwdoek op spandraden is mogelijk. Tot slot, is het een mogelijkheid om meer waterplanten in de vijver te zetten die voor schaduw zorgen, zoals bijvoorbeeld waterlelies of drijfplanten.
  • Ten aanzien van de overtollige voedingsstoffen geldt dat we deze zoveel mogelijk moeten beperken. Maar dan moeten we eerst vaststellen hoe dit teveel aan voedingsstoffen in de vijver terecht komt.

We noemen een aantal mogelijke oorzaken op:

  • Via het ecosysteem (grond- en regenwater) komen steeds meer voedingsstoffen in de vijver terecht. Dit is o.a. het gevolg van het feit dat wij mensen ons wasgoed graag schoon willen hebben en door boeren die graag hun gewassen sneller zien groeien. Het betreft hier de fosfaten en nitraten die worden gebruikt als schoonmaakmiddel en kunstmest. U als vijverbezitter kunt daar zelf niet direct iets aan doen.
  • De vissen krijgen teveel voer. Niet opgegeten of niet helemaal verteerd voer zorgt voor een toename van voedingsstoffen.
  • Teveel vissen in de vijver. Veel vissen is veel uitwerpselen en ook uitwerpselen zijn smakelijke voedingsstoffen voor algen.
  • Te weinig planten in de vijver die concurreren met de algen om de voedingsstoffen, of planten die niet voldoende groeien om bepaalde redenen. Hier is sprake van omkeerbare oorzaak en gevolg als het gaat om algengroei. Goede plantengroei is minder algengroei en omgekeerd.
  • Tuinaarde en of bladafval dat in de vijver waait of met regenwater in de vijver stroomt, waardoor een laag organisch afval op de bodem (slib) ontstaat.
  • Een technisch of biologisch slecht werkend filter of een filter met een te geringe capaciteit.
  • Het uitzetten van de filter in de winter. Algen zijn er ook en groeien ook in het najaar. Daardoor hebben ze in het voorjaar een nog grotere voorsprong op de planten.
  • Een slechte bacteriologische huishouding. Zogenaamde nitrificerende bacteriën in de vijver en biologisch filter zorgen voor de afbraak van organisch afval in de vijver. Weer andere soortenbacteriën zetten een teveel aan voedingsstoffen om in nitraten die door planten als voeding kunnen worden opgenomen. Een teveel aan nitraten zorgt echter ook voor algenvorming.
  • Slechte waarden van het vijverwater. Hierdoor kunnen de biologische processen zoals hierboven omschreven niet goed plaatsvinden. Ook hier is sprake van omkeerbare oorzaak en gevolg; een slechte waterkwaliteit zorgt voor verminderd actieve bacteriën en omgekeerd.

Opmerking: In een Koivijver kunnen geen planten aanwezig zijn, omdat deze worden opgegeten door de vissen. In deze soort vijvers dient het gehalte aan voedingsstoffen te worden verminderd door vaker een deel (25%-30%) van het vijverwater te verversen. Dit vooral in de warmere zomermaanden. Eventueel kan wel een extern moerasplantenfilter worden aangelegd dat de functie van planten in de vijver overneemt. Hetzelfde zie je ook wel bij zwemvijvers.

Hoe kan ik die draadalgen of zweefalgen in de toekomst voorkomen?
Resumerend aan het voorgaande kunnen we het volgende concluderen:

  • Voer uw vissen niet teveel
  • Zorg dat u niet teveel vissen in uw vijver hebt
  • Zet voldoende (zuurstof)planten in de vijver
  • Let erop dat er niet teveel rommel, zoals tuinaarde en bladafval in de vijver komt
  • Met namen voor de winter is een goede schoonmaakbeurt noodzakelijk
  • Laat het filter ook ’s winters, als het maar even kan, gewoon zijn werk
  • doen en geef het onderhoud
  • Voeg twee keer per jaar (in het vroege voorjaar en in het najaar) BioBacter toe aan filter en of vijverwater, vooral bij aanwezigheid van een UV-lamp
  • Zorg voor een goede waterkwaliteit, meet regelmatig de waterwaarden en stel ze indien nodig bij met de daarvoor bestemde producten