Bestrijding van algen

Door: Jan Hameeteman

Algen hebben, evenals hogere planten, een bepaald milieu nodig om te kunnen leven of tot massale ontwikkeling te kunnen komen. Een aantal eisen die ze aan dat milieu stellen kennen we. Voor veel soorten zijn die, als het om de hoofdzaken gaat, gelijk. Zowel groene als blauwe algen hebben voedingsstoffen nodig. Vooral blauwe algen blijken bijzonder sterk gebonden te zijn aan water dat organisch vervuild is. Wanneer dit niet zo is, groeien ze beslist niet. Een overmaat aan uit deze vervuiling gevormde voedingsstoffen zal zowel groene als blauwe algen en diatomeeën tot grote ontwikkeling brengen. We moeten er hierbij van uitgaan dat ze in "sporen" altijd in het aquarium aanwezig zijn en alleen wachten op het moment dat ze kunnen toeslaan. De belangrijkste vorm van bestrijding is daarom: voorkomen.

Voorkomen dat het water zo vervuilen kan en dat meer fosfaten, nitraten en andere zouten gevormd worden dan de hogere planten kunnen opnemen. Hiervoor is maar één middel. In een ander verband is dat al verschillende keren benadrukt: veel planten onder voldoende licht en een beperkt aantal vissen. Als extra maatregel kunnen we bovendien nog een koolfilter inschakelen. Zien we ondanks deze preventieve maatregelen toch de eerste zichtbare sporen van algen verschijnen, dan moeten we zonder uitstel ingrijpen. Vooral zonder uitstel.

Lagere organismen kunnen namelijk in heel korte tijd tot explosieve vermeerdering komen. We kunnen in zo'n geval (eventueel tijdelijk) de hoeveelheid vissen in het aquarium verminderen door ze gedeeltelijk ergens anders onder te brengen. Het voedsel dat ze toedienen, verminderen we zo sterk dat er beslist niets in het water achterblijft. Als het om volwassen vissen gaat, is het wel nuttig om ze korte tijd "op dieet" te zetten, zodat de hoeveelheid uitscheidingsproducten verminderd wordt.

Zeker als het om blauwe algen gaat, nemen we de grootst mogelijke hygiëne in acht. Het heel regelmatig afhevelen van de bodem en ruim water verversen is daar in een al langer bestaand aquarium een onderdeel van. Ook het terugbrengen van de waterhardheid kan bij deze algen invloed hebben, mits we tot geen lagere waarde gaan dan ongeveer 6 graden DH. Hiervoor echter geen turffilter gebruiken!

Het verminderen van de lichthoeveelheid zullen we (voorzichtig) als middel kunnen hanteren bij het verschijnen van de eerste groenalgen. Bij "blauwe" moeten we daar niet veel resultaat van verwachten. Bovendien zal dit in alle gevallen de plantengroei remmen.

Als het gaat om de bestrijding van kiezelalgen (diatomeeën) moeten we daarentegen de hoeveelheid licht opvoeren. Wanneer ze al in grote hoeveelheden aanwezig zijn op de planten en andere decoratiematerialen zijn ze moeilijk meer van vervuilde blauwalgen te onderscheiden. Zodra we een vaalbruine aanslag op de ruiten, waarmee ze zich meestal aankondigen, zien, mogen we het water uit dat aquarium niet meer via wisselaars, die met kunsthars gevuld zijn, laten lopen. De kans op reusachtige toename van de diatomeeën wordt daardoor te groot.

In alle gevallen moeten we zodra we maar denken dat algen (welke dan ook) aan het afsterven zijn, de bodem heel goed afhevelen. Ook al zien we de afgestorven delen niet liggen.

Zodra alg werkelijk "vaste voet" in het aquarium krijgt, zullen ook de planten erdoor overdekt worden. Eerst de langzaam groeiende soorten en daarna de andere. In een vergevorderd stadium zelfs de lotussoorten. We moeten proberen dit te voorkomen. Een belangrijk punt in het voordeel van de algen is namelijk het "slijmlaagje" dat veel soorten aan de buitenzijde beschermt. Aanwezig zweefvuil zet zich daarin vast en geeft de alg na korte tijd het bekende vieze uiterlijk Als dit nu ook gebeurt bij de algen op de planten, ontvangen de daardoor afgeschermde bladgroenkorrels geen licht meer en zal de assimilatie sterk teruglopen.

Uit al het voorgaande is wel duidelijk geworden dat dit het laatste is wat gebeuren mag. De planten moeten, hoe dan ook, blijven functioneren. Juist in deze gevallen wordt ter ondersteuning van het zwaar aangevochten milieu wel gebruik gemaakt van grote hoeveelheden "waterpest" die dan tijdelijk in het aquarium gebracht worden.

Het zou niet verantwoord zijn om hier een opsomming te geven van alle methoden en middelen die in de loop van tientallen jaren tegen deze "plaag" gebruikt zijn. Veel ervan hebben namelijk nadelige gevolgen gehad voor het visbestand dat in de betrokken aquaria "ook nog in leven moest proberen te blijven". Een beperkt aantal dient echter wel genoemd te worden.

Turfwater toevoegen.
Het sterk bruingekleurde water dat we krijgen, nadat we er turf in uitgekookt hebben, absorbeert in de eerste plaats heel veel licht. Zowel algen als planten zullen door toevoeging van dit water aan het aquarium een tekort aan licht krijgen. Sommige algensoorten verdragen dit beter dan de planten. In dat geval verliezen de planten deze "uitputtingsslag". In het omgekeerde geval blijkt het soms een middel te zijn dat helpt. In zacht water zal ook de pH bij deze behandeling kunnen dalen. Ook daarvoor zijn sommige algensoorten zo gevoelig dat ze verdwijnen. Andere komen echter pas goed tot groei in zuur water of op een zure ondergrond, bijvoorbeeld kienhout. Verschillende omstandigheden, die we vaak niet kennen, bepalen dus het resultaat van dit "middel".

Toevoegen van de zouten van "zware metalen".
Dit wordt niet zo veel meer gedaan als vroeger. Veel algensoorten gingen bij deze methoden dood. Veel andere planten en vissen eveneens. De watersamenstelling en de zeer kritische dosering veroorzaakten deze resultaten. In zacht water mag zeker geen enkele van deze verbindingen worden toegepast. Ook de onmisbare activiteiten van de micro-organismen worden door dit soort middelen geremd of beëindigd. Hierdoor kan een milieu ontstaan dat geen verdere levensmogelijkheden biedt, men kan dan beter opnieuw beginnen.

Het gebruik van in de handel verkrijgbare chemicaliën.
Hiervan wordt, zeker in "noodsituaties", veel gebruik gemaakt en met uiteenlopende gevolgen. De algen sterven meestal wel af. In enkele gevallen komen ze zelfs daarna niet terug, doch dit is dan altijd een kwestie van milieuverbetering.

Soms gaan er ook andere planten dood. Dit zijn dan vrijwel altijd juist de lichtgroene en meest nuttige, waarvan de Chlorofyl (bladgroen) samenstelling dezelfde is als van de (groene) algen. Bijna altijd worden juist deze planten tijdelijk gestoord in hun groei. Het grote nadeel hiervan is dat dit juist gebeurt op het moment dat de algen door het gebruikte middel afsterven en het milieu dus dringend gezuiverd en verbeterd moet worden. Ook in zo'n situatie is het aanschaffen en planten van niet te kleine hoeveelheden waterpest en andere snelle groeiers een middel om het terugkomen van dezelfde alg te voorkomen.

Resumerend.
Het voorkomen van watervervuiling en handhaving van een goed plantenbestand zal de aquariumhouder veel van de zorgen, die typerend zijn voor deze liefhebberij, besparen.