Rechter zet streep door huisdierenlijst

In september 2013 en in april en mei 2015 maakten wij u in Ciliata Nieuws al attent op de bedreigingen die ons boven het hoofd hingen aangaande het houden van aquarium- en terrariumdieren. Dit zou aan banden worden gelegd door de regering. Als hier niets tegen gedaan werd, zou dit de nekslag van onze hobby betekenen.

De NBAT heeft, samen met diverse andere organisaties die actief zijn op aquarium-, terrarium- en vijvergebied, zitting in de Samenwerkende Aquarium- en Terrarium Organisaties (SATO). Deze organisatie maakt weer deel uit van Stichting Platform Verantwoord Huisdierenbezit (PVH), waar ook diverse andere belangenorganisaties bij zijn aangesloten op het gebied van honden, katten, vogels en kleine zoogdieren. Doel is de belangen van de huisdierbezitters te behartigen en de politiek op andere gedachten te brengen.

Na een lange en moeizame strijd tegen de Positieflijst (sinds juni 2011) bereikte PVH op 28 maart 2017 het punt dat ze succes boekte. De bezwaren werden door de rechter erkend. Grote dank gaat uit naar juriste, mr. Erna Philippi-Gho, die zich met tomeloze energie heeft ingezet om onze argumenten tot in de puntjes te formuleren en te verdedigen.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (het CBb) heeft het beroep van de Stichting Platform Verantwoord Huisdierenbezit tegen de positieflijst gegrond verklaard en heeft geoordeeld dat de gebruikte methode om soorten te verbieden onwettig is. Daarmee heeft het College een streep gehaald door de Positieflijst voor zoogdieren 2015 en door de Positieflijst voor zoogdieren 2017, die deze zomer in werking zou treden. Een einde aan de Positieflijst is goed nieuws voor het dierwelzijn. Zoals uit de cijfers van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming al bleek, werden met beide positieflijsten alleen diersoorten verboden die vrijwel geen welzijnsproblemen kennen en succesvol gehouden worden door gespecialiseerde dierhouders. Een verbod zou deze houders hebben verplicht om dierkoppels te scheiden waarmee het welzijn sterk in gedrang zou zijn gekomen.

Problemen die de Stichting PVH in het beroep aan de orde stelde zijn dat de beoordeling van de diersoorten plaatsvond door een commissie die grotendeels bestond uit Stakeholders. Het gevolg daarvan is dat deze commissie niet onafhankelijk is. Bovendien bleken de adviezen voor grote delen gebaseerd te zijn op stellingen uit krantenartikelen, Wikipedia en andere niet-wetenschappelijke gegevens. Dat betekent dat de wetgeving gebaseerd is op informatie waarvan de betrouwbaarheid niet gewaarborgd is.

Eind januari heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken, met dezelfde adviescommissies en dezelfde methodiek, een nieuwe lijst opgesteld: de Positieflijst 2017. Deze lijst zou in de zomer van 2017 in werking moeten treden. Alle soorten die niet op deze positieflijst staan zouden per 1 juli 2017 verboden worden. Onder deze verboden soorten vielen bijvoorbeeld de Tammarwallabie, het Perzisch Damhert en de miniZeboe, een gedomesticeerd koeien ras dat vooral door liefhebbers wordt gehouden. Op een later moment zullen ook lijsten voor vogels, vissen, amfibieën en reptielen volgen. Omdat de beoordeling van deze lijst door dezelfde Commissie is opgesteld als de Positieflijst 2015 en omdat ook dezelfde methodiek is gebruikt, heeft de uitspraak van het CBb tot gevolg dat ook deze Positieflijst 2017 niet in werking kan treden.

Het College heeft in zijn uitspraak duidelijk gezegd dat, adviezen die ten grondslag liggen aan regelgeving, moeten voldoen aan de eisen van professionaliteit, onafhankelijkheid en transparantie. De adviezen voor de Positieflijst voor zoogdieren zijn uitgebracht door Stakeholders, waaronder partijen die principieel tegen het houden van dieren zijn. Daarmee was het advies niet onafhankelijk. De staatssecretaris kon ook op geen enkele wijze aantonen dat de adviezen gecontroleerd zijn door een tweede onafhankelijke commissie. Daarom mag de Staatssecretaris zich niet op deze adviezen baseren. Het College heeft hiermee een belangrijk ijkpunt vastgesteld voor de kwaliteit van regelgeving. Omdat het advies uitsluitend uit de context gehaalde citaten vermeldt uit (wetenschappelijke) literatuur zijn naar het oordeel van het College de beoordelingen door de stakeholders ook inhoudelijk onvoldoende controleerbaar.

Het voorstel van het PVH is om in plaats van verboden te komen tot bindende dierhouderij voorschriften die per diersoort realistische eisen stelt aan hun huisvesting en verzorging. Met deze voorschriften is het mogelijk om de werkelijke problemen in de dierhouderij aan te pakken.