De bodemgrond in het aquarium

Door: C. Kasselman
Bronnen: Handboek aquariumplanten, Maandblad van MRC Breda

De meeste gehouden aquariumplanten zijn moerasplanten, die hun voedselbehoefte voor het grootste deel via een omvangrijk wortelstelsel uit de bodemgrond opnemen en slechts voor een klein deel via de oppervlakte van de plant. Slechts bij echte waterplanten zijn de wortels zo ver gereduceerd, dat hun taak voornamelijk uit de verankering en slechts voor een gering deel uit de voedselopname bestaat. Deze planten voeden zich bijna uitsluitend met de in het vrije water aanwezige ionen, die daar in veel geringere hoeveelheden aanwezig zijn dan in de bodemgrond.

Hoewel in het verleden veel over de aard van het bodemsubstraat werd gediscussieerd, kan toch principieel niet worden betwijfeld, dat de bodemgrond een belangrijke betekenis voor de voeding van de aquariumplanten toekomt.

Bestaat de wens naar een optimale plantengroei, moet derhalve reeds bij de inrichting van het aquarium rekening worden gehouden, dat een bodemmateriaal gekozen wordt, dat voldoende voedingsstoffen bevat. Vloeibare meststoffen, die aan het aquariumwater worden toegevoegd, dienen slechts als aanvulling, zijn echter geen vervanger voor een voedselrijke bodem.

Bij de keuze van het bodemsubstraat moet met de volgende factoren rekening worden gehouden:

  • De bodemgrond moet geen of slechts in zeer geringe mate stoffen bevatten die rotten kunnen (humus bijvoorbeeld)
  • Het poriënvolume moet zo groot zijn, dat enerzijds de beluchting en waterbeweging in de bodem niet worden geremd en anderzijds de wortels een gemakkelijk binnendringen mogelijk wordt gemaakt. Pas dan is een optimale stofuitwisseling van de planten gewaarborgd.
  • Er moet een voedselrijk substraat worden gebruikt.
  • De bodemgrond moet een zure tot neutrale reactie hebben (controleren met 6% zoutzuuroplossing, bij sterk schuimen bevat het substraat teveel kalk). Slechts weinig aquariumplanten (bijv. Cryptocoryne affinis, C. crispatula of Vallisneria-soorten reageren op een alkalische pH-waarde van de bodemgrond met een betere groei dan in een zuur milieu).

In het hoofdstuk over de bodemgrond als voedselbron werd erop gewezen, dat in de natuur leembodems (mengsel van zand en klei) met een hoog humusgehalte het gunstigste op de plantengroei werken. Ook bodemanalyses tonen, dat het voedseldepot in de bodem van natuurlijke wateren in het algemeen groter is dan in de aquariumbodem.

De omstandigheden kunnen echter beperkt op het aquarium worden overgedragen, omdat anders dan op het natuurlijk habitat in het aquarium enerzijds minder bodemorganismen voor een goede doorluchting zorgen, anderzijds een voldoende stroming in de bodem ontbreekt. Bovendien is de verhouding van water tot de bodemgrond in het aquarium aanmerkelijk kleiner dan in de natuur, waar rottingsprocessen een andere uitwerking hebben dan in de kunstmatige biotoop.

Sommige waterplanten zijn inderdaad in staat, zich aan de natuurlijke levensomstandigheden zo aan te passen, dat ze zelfs in sterk dichtgeslibde, slecht doorluchte en door zuurstofarmoede gekenmerkte anaerobe bodems uitstekend groeien, mogelijk zelfs aan dit milieu de voorkeur geven. Het aantal van op zulke bodems voorkomende waterplanten is echter beperkt tot een paar soorten, bijv. enkele waterlelies en Ludwigia’s, waarbij door veel morfologische aanpassingen (uitgebreid systeem van holle ruimtes, rijk doorluchtingsweefsel, ademwortels) toch wortelademhaling mogelijk is. Met alle nadruk moet worden beklemtoond, dat de meeste waterplanten in een dergelijk extreem milieu niet kunnen groeien. Weliswaar bevatten de bodems waarop veel aquariumplanten in de natuur groeien, vaak een deel humusstoffen, maar aan de hand van bodemprofielen kan worden aangetoond, dat daar een voldoende zuurstofverzorging is gewaarborgd, omdat het gewoonlijk om een mengsel uit verschillende bestanddelen gaat.

Omdat de bodems op natuurlijke groeiplaatsen vaak humus bevatten, leidde dit inzicht in het verleden soms tot een drogreden met ernstige gevolgen, namelijk dat voor een goede plantengroei de bodemgrond in het aquarium beslist organisch materiaal in grote hoeveelheden moest bevatten. De kweekervaringen, o.a. ook enkele proeven van de auteur, hebben steeds weer aangetoond, dat het gebruik van veel organisch materiaal (molshopenaarde, weidegrond, potgrond, enz.) als bodemsubstraat in het aquarium weliswaar in de eerste maanden tot uitstekende groeiresultaten kan leiden, dat daarna echter de beplanting door een sterke verdichting en te geringe doorluchting van de bodemgrond te gronde gaat.

Zo is eveneens het uitsluitend van leem, klei, lateriet, en dergelijke substraten in het aquarium principieel af te raden, omdat dat om de genoemde oorzaken na een paar maanden onherroepelijk een afsterven van de wortels heeft.

Als consequentie van de boven besproken verbanden is grof, ongewassen kalkarm zand als hoofdbestandsdeel van de bodem aan te bevelen. Dit kan met kwartszand met een maximale korrelgrootte van 1-3 mm worden afgedekt.

Al naar de voedseleisen van de planten kunnen aan het zand kleine hoeveelheden leem en klei en in de handel aangeboden laterietgrond (die gewoonlijk met sporenelementen is verrijkt) worden toegevoegd (niet vermengen), om het voedseldepot van de bodem voor de planten te vergroten.

Bij de inzet van dergelijke toevoegingen bestaat altijd het gevaar, dat ze de bodem allengs te sterk verdichten. Om de gevolgen van verdichting tegen te gaan, zijn er verscheidene mogelijkheden:

  • Aan te bevelen is de installatie van een bodemverwarming onder de aquariumbodem. De daardoor bereikte verwarming van de grond bewerkt een zwakke opstijgende stroming van het water en daardoor een doorluchting van de bodemgrond.
  • Het houden van de bekende in de bodem levende Torenslakjes (Melanoides tuberculata) in het aquarium is zinvol. Bij een goed bodemklimaat is de vermeerdering van de slakken echter zo explosief, dat men ze regelmatig moet wegvangen. Dit is bijv. met een op de bodem gelegd, en voor het gemakkelijker ophalen van een stukje appel mogelijk waarop zich na enige tijd de slakken verzamelen.
  • Een bij gelegenheid, bijv. bij reinigingswerkzaamheden of verplanten, los maken van de bodemgrond is eveneens groeibevorderend.

Deze maatregelen verhinderen echter niet, dat in de loop der jaren de bodemgrond armer aan voedingsstoffen wordt.

Helaas biedt de vakhandel nog geen overeenkomstige preparaten ter bemesting van de bodemgrond aan, zoals deze voor potplanten reeds vele jaren normaal zijn. Meststaafjes of mestkorrels voor potplanten moeten in het aquarium voorzichtig worden gebruikt, en slechts in kleine dosis gecontroleerd worden ingezet.