Tropiocolotes persicus euphorbiacola

Door: Rob D'heu. Voor u gelezen in Danio Rerio Nieuws, Delft

Er zijn drie ondersoorten van Tropiocolotes persicus:

- Tropiocolotes persicus persicus
- Tropiocolotes persicus euphorbiacola
- Tropiocolotes persicus bakh tiari

Al deze ondersoorten zijn niet door iedereen erkend en is er voorlopig nog veel discussie over de soorten en ondersoorten bij Tropiocolotes. T. persicus komt voor in Pakistan en vind je tussen rotsformaties of onder stukken hout. T. perrsicus euphorbiacola zou je vrijwel enkel vinden onder een bepaalde boomsoort. T. persicus is een kleine gekkosoort en is met 45 cm volwassen. De tekening bestaat uit donkere banden op het lichaam en een horizontale streep van de neus tot de eerste band. De kleur kan echter variëren, meestal zijn ze beige/grijsgeel met een lichtgele staart.

Wat deze diertjes heel leuk maakt is het gedrag, ze kunnen namelijk enorm hard fluiten. Als ze aan het jagen zijn of gestoord worden kronkelen ze zeer hard met de staart en bewegen op en neer met hun lichaam. Vaak wordt T. persicus euphorbiacola aangeboden als Tropiocolotes helenae, deze soort lijkt er namelijk vrij hard op. Er is echter zeer weinig informatie te vinden over T. p. euphorbiacola en kweken is vaak nog een probleem. Ik ben dan ook zeer blij dat ik waarschijnlijk de eerste in Europa ben die ermee heeft kunnen kweken.

Ik houd mijn groepje van 5 diertjes in een bakje van 40 bij 40 bij 30, dit is voor deze minidiertjes groot genoeg. Vaak wordt er gezegd dat ze het beste kweken als je ze per koppel houdt, maar hier gaat het in groep ook super. Als bodembedekking gebruik ik zand, een cm of 2 is voldoende. Ik heb het bakje ingericht met kleine stukken kurk (geeft enorm veel schuilplaatsen), wat kurktakjes en stukjes lavendeltakjes. Aangezien deze dieren toch graag klimmen is een achterwandje geen overbodige luxe en dit vergroot tevens het leef oppervlak van je dieren.

Een legbakje staat er niet in, omdat ze hun eitjes gewoon in het zand leggen.

Mijn bakje wordt verlicht met een spotje van 25 W en een UV-spaarlamp. Het spotje zorgt voor een temperatuur van 40 graden Celsius onder de spot tot 30 graden Celsius aan de koude kant. Dit lijkt warm maar mijn indruk is dat ze dit helemaal niet erg vinden. 's Nachts laat ik de temperatuur zakken tot kamertemperatuur. Ik geef de dieren ook een dan laat ik de lichtduur zakken tot 9 uur (i.p.v. 13) en de temperatuur is dan 30 graden Celsius tijdens de dag en 15 graden Celsius 's nachts. Ik geef zoals gezegd ook UV licht aan de dieren. Ik merk dat ze op de dag ook regelmatig komen zonnen dus ik ga er vanuit dat ze dit in de natuur ook doen (mijn dieren zijn wildvang). Verder kan het geen kwaad van ze UV licht te geven, ik denk echter wel dat dit bijdraagt tot het succesvol kweken met deze soort. Sproeien doe ik om de 2 dagen, dan sproei ik het bakje best wel nat.

Als de dieren zich op hun gemak voelen en je aan de bovenstaande eisen hebt voldaan mag de kweek normaal gezien geen probleem vormen. Hier zijn ze beginnen kweken vanaf april, want dan beginnen de mannetjes meer te fluiten. De vrouwtjes leggen hun 2 hardschalige eitjes in het zand of onder een stukje kurk. Hier kwamen ze bij ongeveer 30 graden Celsius na 70 tot 80 dagen uit. De eitjes komen zonder problemen bij de ouders in het bakje uit ze laten hun jongen namelijk met rust.

Ik haal de jongen echter wel weg, gewoon om zeker te zijn en ze goed te kunnen voeren. Als je de jongen bij de ouderdieren laat, zorg er dan wel voor dat je bak helemaal dicht is, ze zijn erg klein (ong. 0,5 cm). De opkweek ging hier vrij vlot, vooral veel voederen is belangrijk. Qua voedsel gaf ik de eerste weken springstaarten (de rest is te groot), maar als ze groter worden eten ze ook fruitvliegen en krekels.

Tropiocolotes persicus is een echte insectivoor en eet vrijwel alles wat in zijn bekje past. Ik voer ze hier stofkrekels, fruitvliegen (grote en kleine), springstaarten en zelfgekweekte wasmotlarven (kleine larven). Het is van groot belang je voederdieren altijd te bepoederen met een goed vitamine- en mineraalpreparaat (ik gebruik hiervoor Miner All indoor).

Zelf als je aan hun vereisten voldoet is Tropiocolotes persicus nog steeds geen al te makkelijke soort. Het grootste probleem is dat je goede wildvangdieren moet vinden.

Nakweek is er vrijwel niet. Vaak is de import al te zwak om te overleven. Als je dan goede dieren gevonden hebt is het belangrijk van ze onmiddellijk de beste verzorging te geven en ze de eerste dagen iets vochtiger te houden, want vaak zijn ze uitgedroogd. De nakweekdieren die ik heb doen het perfect en lijken me veel harder. In de toekomst zal er van deze heel leuke soort vast wel meer nakweek komen en dus ook meer succesvol gehouden kunnen worden.