Danio Margaritatus

Bron: Maandblad van Groot Hoogvliet, Hoogvliet

Synoniemen zijn Celestichthys margaritatus en Rasbora Galaxy De Danio margaritatus, zoals dit visje pas sinds kort heet, is ontdekt in augustus 2006 en door zijn geringe grootte en prachtige tekening ging hij al heel snel de wereld rond. Deze kleine soort wordt gevonden in Myanmar (voorheen Birma) ten oosten van het Inle meer nabij Hopong in de riviertjes Nam Lang en Nam Pawn op een hoogte van ongeveer 1000 meter.

Door zijn populariteit werden in rap tempo de vangst locaties leeg gevist. De locale bevolking verdiend per jaar ongeveer 1200 euro, met het vangen van dit razend populaire visje konden ze al snel een 40 euro per dag verdienen. Vanaf februari 2007 heeft de regering van Myanmar de vangst verboden om de leefgebieden en populaties die er nog zijn te beschermen. Sindsdien worden ze echter nog steeds aangeboden, de vraag is dan ook in hoeverre de regels echt worden nageleefd of dat kwekers al heel snel massale kweken hebben opgezet.

In de handel kent deze soort verschillende benamingen: Celestichthys margaritatus, Rasbora Galaxy, Microrasbora Galaxy, Celestial Galaxy of Hemelse Parel Danio. Na de laatste DNA onderzoeken zijn wetenschappers bezig met de vraag of hij niet onder de soortnaam Danio moet vallen, hoogstwaarschijnlijk krijgt hij dan weer een andere naam. Het uiterlijk is donkerblauw, bijna zwart lichaam (Celestichthys = hemelse vis) met veel witte tot gele stippen (margaritatus = met parels bedekt), rode buik, vinnen doorzichtig met rood en zwart.

De Danio margaritatus kan in te kleine bakken schuw worden. Anders is het een redelijk dappere soort en maken ze goed gebruik van de zwemruimte. Ze komen ook in grote bakken goed uit, mits gehouden in een flinke school.

Pas op met grotere vissen: omdat hij ongewoon klein blijft wordt hij sneller gegeten dan de meeste algemene scholenvissen, zoals bijvoorbeeld kardinaaltetra's. Bijvoorbeeld grotere Trichogaster-soorten (onder andere de diamantgoerami en de blauwe spat met zijn kweekvormen) willen dit visje nog wel eens eten.

In het aquarium is de Hemelse Parel Danio eigenlijk een vis die niet veel vraagt. Gewoon kraanwater zal vaak voldoen als het water maar een redelijk neutrale Ph heeft en niet te warm wordt. De vis stond erom bekend dat hij in bakjes vanaf 20 liter al kon worden gehouden, in een aqua 40 zouden er zo al 10 tot 12 passen. Dit advies was echter te veel gebaseerd op de grootte, en te weinig op het gedrag, hij stond in die tijd veelal bekend als erg schuw. Pas toen men deze soort ook in grotere bakken is gaan houden, bleek dat die schuwheid gewoon kwam omdat ze meer zwemruimte nodig hebben. Ik zou daarom een bak van zeker 50cm aanraden om hem goed tot zijn recht te laten komen.

Zorg voor een dichte beplanting met veel fijn blad of mos. Hij stelt verder niet veel eisen. Geschikte medebewoners zouden bijvoorbeeld dwergknorgoerami's (Trichopsis pumila) zijn of de Dario dario, ook garnalen laat hij veelal met rust. De soort staat erg mooi in aquaria in Amano-stijl, omdat hij erg klein is, erg mooi schoolt en het de kleuren mooi contrasteren met groene planten.

De Rasbora Galaxy is ook niet echt een scholenvis maar stelt een aantal soortgenoten wel op prijs, in een groepje van 6 tot 8 soortgenoten voelt hij zich al prima op zijn gemak en zal zijn natuurlijk gedrag laten zien, de voorkeur gaat dan uit naar half mannen en half vrouwen. Deze soort houdt van veel zonlicht en overmatige plantengroei net als in de ondieptepoelen waar hij in de natuur voorkomt. De eieren (tot zo'n 30 stuks) van deze kleine soort worden gewoon in het rond gestrooid. De vele planten zorgen ervoor dat er voldoende schuilplaatsen zijn voor de jongen. Aangezien de ouders de eieren zelf ook opeten is het aan te bevelen de ouders te verwijderen na het afzetten. De eieren komen na een dag of 3 a 4 uit, de jongen zijn piepklein en zullen zich op de bodem verbergen. Nog een paar dagen later kunnen ze vrij zwemmen en gaan ze op zoek naar voedsel.

De ouders moeten gevoerd worden met klein levend of diepvries voer. De jongen zijn slechts 3 millimeter groot, het eerste voer zou kunnen bestaan uit liquifry en daarna artemia naupliën.