Betta enisae

Een mooie, nieuwe labyrintvis uit Borneo die zeven centimeter groot kan worden. In de vrije natuur worden ze gevonden in stilstaand of langzaam stromend water met een pH van 6,5 en lage hardheid en geleidbaarheid. Voor wat betreft het aquariumwater zijn ze tolerant: water met wat hogere parameters dan op Borneo wordt goed verdragen.

Voederen geeft weinig problemen: al het gebruikelijke dierlijk voer wordt genomen, en na gewenning ook droogvoer. Hoewel Borneo op de evenaar ligt is het, net als bij de meeste muilbroedende labyrintvissen, raadzaam het water niet overdreven warm te houden, 24 graden Celsius is voldoende. Ze zijn goed als groep van minstens zes exemplaren te houden in een wat groter aquarium (plm. een meterbak), waarin dan enige paarvorming kan voorkomen.

Het aquarium inrichten met grote holen, zodat Betta enisae een territorium kan vormen. Deze holen zijn ook van belang bij de voortplanting. De voortplanting wordt door het vrouwtje in gang gezet, waarbij het vrouwtje rondom het mannetje zwemt en hem naar een door haar uitgezochte plek leidt, meestal een overdekte plek met een vlakke bodem.

Na de omstrengeling van het vrouwtje door het mannetje worden de eieren door het vrouwtje opgehapt en naar het mannetje “gekaatst”, zoals men dat noemt. Deze houdt de eieren in zijn bek tot ze uitkomen. Dit kan ruim twee weken duren. De jongen kunnen na uitkomen direct met pekelkreeft-naupliën gevoerd worden.