Nemacheilus corica

Door: Jeffrey Faber

Deze bijzondere visjes had ik al een paar keer eerder gezien op de stocklist van mijn favoriete aquariumwinkel Utaka te Amersfoort. Een gewoonte van mij om deze eens per week te checken en informatie te zoeken over toevoegingen. Beetje ter vergroting van mijn kennis, en wie weet wat je tegenkomt. Nu was ikzelf al langere tijd op zoek naar Aspidoras pauciradiatus. Helaas nergens te vinden natuurlijk. In de zaak aangekomen viel mijn oog op een naam waar ik al eerder informatie over ingewonnen had: Nemacheilus corica.

Het ziet er uit als een typische modderkruiper, alleen dan in miniformaat. De visjes worden ongeveer 5 centimeter wat ze geschikte kandidaten maken voor aquariums van een gemiddelde grootte. Het lichaam is zilver/zandkleurig. Het vlekkenpatroon zit tussen vuil grijs en donkerbruin in. Het kleurpatroon is echter niet scherp afgescheiden. Opvallend is dat zowel de kleur als het patroon vrij divers is tussen de verschillende exemplaren. Of dit betekent dat het een variabele soort is, of juist sprake is van verschillende ondersoorten is de vraag. Voorlopig wijst de literatuur voornamelijk op het eerste. Het onderscheid tussen mannen is vrouwen is duidelijk te zien aan de dikke buik van de vrouwtjes.

Volgens de informatie van het internet komen de visjes grotendeels voor op het Indische subcontinent. Van de stroompjes aan de voet van de Himalaya, via de Ganges via Noord-India tot in Bangladesh.

Een divers biotoop met zowel snelstromende beekjes met subtropische temperaturen tot tropische gedeeltes. Over de bodem van mijn bak is een redelijke stroming gerealiseerd, maar het lijkt alsof de visjes daar niet veel mee hebben. Stroming lijkt geen pre, al zijn ze meer tevreden met een temperatuur die wisselt tussen de 22 en 25 graden (vanwege mijn visbestand, dus over lagere of hogere temperaturen kan ik niks zeggen).

Wat mij opviel bij het inwinnen van informatie waren de vele tegenstrijdige berichten. Van schemer actieve sociale groepsdieren tot agressieve pestvisjes die net zolang vechten tot er eentje overblijft. Dat laatste zette me aan het twijfelen. Wat heb je immers aan een agressief schemeractief visje van slechts 5 centimeter in een zwaar beplant aquarium van 300 liter? In de winkel wisten ze mij te vertellen dat deze visjes echter in grote getalen werden gevangen. In overleg werd besloten om zes exemplaren aan te schaffen. Eenmaal in de bak waren ze de opvolgende drie weken nergens te vinden. Prima kapitaalvernietiging was de eerste gedachte. Na verloop van tijd kwamen ze meer naar voren toe. Zeer schrikachtig en amper op kleur. Niet een visje voor een gezelschapsbak dus. Een prima miskoop. Daarnaast waren ze doodsbang voor mijn sleutelgatcichliden. Wanneer deze in het zicht kwamen schoten ze in pure paniek de planten in of onder het zand. Ik beleefde er weinig plezier aan en had zo het idee dat die arme beestjes het ook wel eens beter hadden gehad. Helaas had ik op het moment geen extra bakje over en ik besloot het nog een dag of twee aan te kijken. Een prima keus. Waar het aan lag weet ik niet en daar ga ik mijzelf dan ook niet aan wagen. Maar de visjes kwamen op kleur, ze werden dag actief en schrokken niet meer van het minst geringste. Zelfs de sleutelgaten begonnen ze te vertrouwen. Hoewel dit het meest luie koppeltje sleutelgaten is dat ik ooit gehad heb, vermoed ik dat de Nemacheilus in het wild vrij laag in de voedselketen staat en dus schrikt voor alles dat groter is. Enfin, de visjes begonnen het goed te doen. Echter daarbij begonnen ook de hiërarchiegevechten. Deze zijn te vergelijken met die van de Botia almorhae [syn. Botia lohachata]. Erg pittig dus, waarbij de verliezer op volle snelheid door de bak moet vluchten om de ander af te schudden. In mijn achterhoofd kropen de berichten naar voren die je kan vergelijken met gladiatorgevechten. De oplossing was echter heel simpel. Gewoon een kwestie van de zichtlijnen breken. Stukje kienhout hier, stukje daar, volle groepen planten, en zandstrandjes. De agressie verdween als sneeuw voor de zon. De enige keren dat ik ze zie vechten is als ze elkaars favoriete plekje betreden. Ieder visje heeft zijn eigen stekkie, van waaruit deze de boel in de gaten houdt.

Hierbij lijken ze alles te volgen met hun hoogstaande oogjes. Komt een soortgenoot te dicht in de buurt dan wordt die vriendelijk verzocht om even op te hoepelen. Reageert de ander daar niet op, dan wordt het matten. Hoewel de visjes tot in zekere mate territoriaal blijken te zijn, zijn er vele gedeelde gebiedjes waar ze elkaar tolereren. Hierbij lijkt hun gedrag op dat van tetra’s, vaak samen en soms even laten zien wat hun persoonlijke ruimte is. Niet meer en niet minder.

Al met al is dit het perfecte visje voor een dicht beplant aquarium. De visjes zijn een levendige noot en lijken zelfs op te fleuren wanneer de bak dicht beplant is. Dit maakt ze betere bodembewoners voor de typische Hollandse bakken met op iedere korrel zand een plant dan de immens populaire Corydoras-soorten. Corydoras hebben naar mijn mening een grotere behoefte aan open stukken bodem waar ze lekker kunnen wroeten.

Een puntje van aandacht voor geïnteresseerden. De visjes hebben een duidelijke rangorde die door middel van vrij intensieve gevechten bepaald wordt. Daarnaast hebben ze behoefte aan een klein territorium van zo’n 10 cm², deze territoria liggen echter niet vast en kunnen na een week ingewisseld worden voor een beter stekkie. Ik durf zelfs te stellen dat bij een goede inrichting het groepsvisjes zijn, immers op de vrije gebieden tolereren ze elkaar prima, en zoeken ze elkaar zelfs op. In mijn bak van 120x50x50 heb ik van de zes stuks nog drie over. Ik denk persoonlijk dat dit wel het maximaal aantal is, aangezien de hiërarchiegevechten minder frequent en intensief zijn, doordat ze elkaar kunnen ontlopen. Andere bodembewoners worden echter niet tot nauwelijks verjaagd, dus combineren is mogelijk zolang dit geen echte territoriumvormers zijn. Ze eten werkelijk alles wat voor hun bek terecht komt, wat altijd fijn is. Het vermoeden van de eigenaar van Utaka is dat deze visjes in het wild slakjes eten. Daar lijkt het overigens wel op aangezien ik al een lange tijd geen slak tegenkom. De visjes hebben de neiging zich geregeld in te graven. Soms blijven de oogjes ‘zichtbaar’, maar net zo vaak verdwijnen ze volledig uit het zicht. Hoewel ze zichzelf ingraven zijn het geen wroeters, dus de planten zitten niet constant onder het zand. Zand is voor de visjes overigens wel een pré. Hoewel in de literatuur omschreven als een schemervis, zijn ze ook overdag geregeld actief.

Probeer eens wat anders, en u zal beloond worden met hele leuke visjes.