Hyphessobrycon rosaceus

Bron: Maandblad van Barbus conchonius, Middelburg

De intussen opgeheven aquariumvereniging Rosaceus uit Sliedrecht was naar dit fraaie visje genoemd. Zo zijn er in ons land en overigens ook in de buurlanden, meerdere verenigingen genoemd naar min of meer populaire aquariumbewoners.

De Roze tetra (we gaan deze naam maar hanteren, de Latijnse naam is zo lang) komt voor in Zuid-Amerika, in het Amazonegebied, maar ook in het stroomgebied van de Surinamerivier. Daar leeft hij dicht bij de oevers van kleinere rivieren en waterlopen. In grote rivieren zal je hem niet vinden en dat is niets bijzonders, want klein spul als onze Roze tetra vind je nooit in “groot” water en dat is te begrijpen: veel te link. Het water waarin de Roze tetra leeft is erg zacht, met een lage pH. Onthoud dit maar vast voor als u ze wilt gaan houden, want ook in het aquarium is uiteraard zulk water nodig.

Hoe ziet hij er uit, onze Roze tetra? Hij heeft een hoog, plat lichaam; de grondkleur van de flanken is zacht rood, daarover schijnt een zilveren/olijfgroene gloed. Het mannetje wordt zo'n 4 tot 5 cm groot en het vrouwtje blijft daar nog iets onder. Het bekje wijst schuin naar boven. De rugvin van de mannetjes is zwart, met daarin witte strepen en een witte rand aan de voorkant. De staartvin is diep ingesneden. De aarsvin is lichtrood van kleur. Kortom: een kleurrijke verschijning.

De mannetjes zijn niet al te moeilijk van de vrouwtjes te onderscheiden doordat de eerste heel wat forser zijn dan de laatste.

Met betrekking tot de verzorging wordt hier herhaald dat ze echt zacht water nodig hebben, willen ze gedijen en hun kleuren laten zien. Het is een scholenvisje en dat brengt met zich mee dat ze met een behoorlijk aantal gehouden moeten worden: minstens 12. Denk niet dat u kunt redeneren dat u wel genoegen neemt met maar enkele van deze visjes, u heeft eenvoudig niet de keus. Het gaat er niet om of u dat mooi vindt, het gaat erom dat ze niet tieren met zo weinig. Dat is bepalend. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor deze visjes, dat geldt voor alle scholenvisjes.

Ze hebben een behoorlijk grote bak nodig met een goede verlichting. De bodem moet donker gehouden worden en de beplanting moet hoofdzakelijk uit fijn bladige planten bestaan. Sterke stroming is af te raden. In hun natuurlijke habitat, stille beekjes en dergelijke wateren, stroomt het water ook niet of nauwelijks. Qua voedsel zijn ze niet al te veeleisend, droogvoer wordt geaccepteerd maar levend en/of diepvriesvoer geniet de voorkeur.

Wie met de Roze tetra wil kweken moet zich om te beginnen realiseren (en in feite geldt dat bij de kweek van alle vissen) dat opgepast moet worden voor inteelt. Hoe gaat het? We kopen een aantal visjes in de winkel en realiseren ons onvoldoende dat dit naar alle waarschijnlijkheid allemaal broertjes en zusjes zijn. Daarmee moeten we dus niet gaan kweken. Dus: stel een kweekpaar samen uit vissen die van verschillende adressen komen. Goed, als we zo'n kweekpaar hebben doen we ze pas in de kweekbak als ze in volle glorie, dus in topconditie, in het aquarium rondzwemmen.

Die kweekbak mag niet al te klein zijn. Het mannetje probeert het vrouwtje te versieren door met helemaal gespreide vinnen in bochten om haar heen te zwemmen, daarvoor moet hij natuurlijk wel de ruimte hebben. Temperatuur ongeveer 25 graden Celsius. De kweekbak moet een bodem hebben van turf op zand, lekker donker dus. Daarop planten we Eikenbladvaren en Myriophyllum, daar zetten ze graag hun eitjes in af. Als dat gebeurd is dan de ouders verwijderen. Na een dag komen de eitjes al uit en na een dag of vijf is de dooierzak leeggegeten en moet er gevoerd worden met weideplankton of infusoriën. Na enige tijd kan worden overgegaan op artemia en daphnia.