Bromeliaceae

Gelezen in maandblad van Ons Natuurgenot, Gouda

Om te beginnen, iets wat misschien niet iedereen weet, is dat de Bromeliaceae een hele grote uitgebreide familie is van wel tweeduizend soorten, over maar liefst vijfenveertig geslachten verspreid.

Deze plantenfamilie noemt men ook wel de ananasachtigen. Niet zo vreemd, want ook de ananas die wij consumeren, behoort hiertoe. Dat deze exoten populair zijn, heeft verschillende redenen. Allereerst natuurlijk hun prachtige getekende bladeren en de geheimzinnige, lang durende, bloeiwijze met felle kleuren als rood, afgewisseld met geel en soms vermengd of ondersteund door teer blauw of zacht paars.

Daarnaast de relatief goedkope aanschafprijs en de eenvoudige vermeerdering zijn motieven die we niet mogen vergeten. D.m.v. scheuten die worden gevormd kan men eenvoudig deze kindplantjes opkweken naar mooie grote volwassen planten. Voordeel is ook om het op die manier te doen, dat ze de gevlekte of gestreepte bladvorm behouden, omdat iedere nieuwe plant genetisch gelijk is aan de ouderplant.

De eerste bromelia’s bereikten als een zoveelste curiosum uit de Nieuwe Wereld, omstreeks 1690 Europa. De geurige en sappige ananasvruchten werden meteen verwelkomd als een “delicatesse”. Midden negentiende eeuw begon men er zich – zij het als sierplant – voor te interesseren.

Uitgezonderd één soort, nl. de uit Nieuw Guinea komende Pitcairnea Feliciana, zijn alle andere soorten endemisch voor Amerika. Het bromeliaareaal strekt zich uit van Noord-Amerika, over Midden-Amerika tot in Zuid- Amerika en is gelegen tussen veertig graden noorderbreedte en veertig graden zuiderbreedte. Al bij al, is dit toch een strook met een lengte van ca. negenduizend kilometer! In zo’n enorm gebied treft men dan ook alle denkbare biotopen aan. Zo treffen we ze aan zowel op vierduizend meter hoog in Peru, als in de dampende wouden op de evenaar in Brazilië op zeeniveau. Het in Chili, Peru en Colombia gelegen gedeelte van het Andesgebergte kan samen met de Antillen als de bakermat van deze gewassen beschouwd worden.

Ook kunnen bromelia’s zich vestigen op verschillende ondergronden. De zogenaamde “terrestische” bromelia’s nemen de bodem voor lief, terwijl andere soorten de rotsen of bomen als standplaats verkiezen. Deze laatste worden bij de “epifytische” soorten gerekend. Hierbij zijn dan ook nog de “atmosferische” types die geen of nauwelijks wortels bezitten en het levensnoodzakelijke water aan lucht en neerslag ontlenen. Bij beide onderafdelingen vinden we dan ook nog kokervormige en meerspruitige planten.

Als voornaamste kenmerk voor de koker- of cisternen-bromelia’s geldt de door de bladeren gevormde, ondoordringbare koker, waarin ze het regenwater opvangen en opslaan.

Dergelijke met water gevulde kokers vormen onwaarschijnlijk kleine, maar aan levensvormen rijke biotopen. Insecten verdrinken in deze poeltjes en voeden met hun kadavers massa bacteriën en eencellige in alle maten en vormen. Deze laatste vallen dan weer ten prooi aan muggen- en libellenlarven. Op de rand van de krater zit echter op zijn beurt een kleine kikker die, met een voor de larve hele ongezonde belangstelling, al hun bewegingen volgt. En als hij nog geen kroost heeft, overweegt dit kikkertje in welke bromelia-plasje hij de eitjes zal deponeren. Nu en dan scharrelt er zelfs een minigarnaaltje of kreeftje door het water, die waarschijnlijk aan een poot van een vogel was blijven kleven.

Een onderzoek in Costa Rica toonde aan dat deze bromelia-aquaria wel 250 verschillende kleine diersoorten tot huisvesting dienen! Sterker nog! Wel 50 van deze soorten zijn nog nooit buiten deze poeltjes waargenomen. Ook piepkleine Utricularia of blaasjeskruidachtigen leven in deze kraters. Kleine vogels, zoals de kolibrie, zijn trouwe bezoekers van de kokerbromelia’s. Deze vliegende edelstenen, zoals ze wel eens genoemd worden, zijn dol op de nectar van de rijpe bloemen. Ze nemen dan meteen nog wat muggenlarven mee en lessen hun dorst aan het poeltje. Een soort supermarkt om de hoek eigenlijk. De overwegend rode bladkokers zijn zeer in trek bij de vogels, daar de ogen van deze dieren uiterst gevoelig zijn voor het rode gebied van het lichtspectrum. Dus zijn het niet alleen mooie planten, ze zijn multifunctioneel en verzorgen vele dieren met hun water en voedsel. Daarnaast hebben ze nog prachtige bloemen zoals te zien is aan de onderstaande voorbeelden.