Krabbenscheer

Door: Margie van der Heijden
Bron: Maandblad van Ons Natuurgenot, Gouda

De Krabbenscheer (Stratiotes aloides) is een mooie plant maar neem hem niet mee voor de sloot, want hij kan behoorlijk gaan woekeren en voordat je het weet kan een sloot helemaal dichtraken, zoals verderop bij onze sloot is gebeurd. Maar als je hem goed onder controle kan houden, dan is het wel een leuke aanwinst voor de vijver. Zeker wanneer hij bloeit, is het een aantrekkelijk gezicht. Toch zie je hem niet zo vaak in vijvers, waarschijnlijk om bovenstaande reden. Jammer, want deze drijvende zuurstofplant heeft een paar hele goede eigenschappen Eén ervan is dat deze plant door zijn wijze van groei een uitstekende schuilplaats is voor amfibieën en vissen. Maar ook de Zwarte stern bijvoorbeeld, bouwt zijn nest in de Krabbenscheer.

De plant zelf heeft wat weg van een Yucca, het heeft getande, zwaardvormige bladeren die in een waaiervormige wijze groeien, deels onder en deels boven water en tot 50 cm lang kunnen worden. Hier dankt hij zijn geslachtsnaam aan: Stratiotes is Oudgrieks voor “soldaat”. Het vertakte blad doet wat denken aan een krabbenschaar, waar hij zijn Nederlandse naam aan dankt.

Een ander voordeel is dat deze plant de groei van zweefalgen tegengaat. Dit doen ze op verschillende manier. Zo zijn ze allelopatisch, wat betekent dat ze een stofje afscheiden wat de groei van zweefalgen tegengaat. Meerdere planten doen dit, zoals hoornkruid, waterpest en roggestro. Daarnaast is het een sterke groeier en haalt daarom de voedingstoffen die nodig zijn voor de groei van zweefalgen direct uit het water. Ook houdt deze plant het zonlicht goed tegen wat hem een geduchte tegenstander van de algen maakt. Het goed onder controle houden is heel belangrijk, omdat wanneer de vijver dichtgroeit met Krabbenscheer, hij deze zuurstofarmer maakt. Krabbenscheer onttrekt veel fosfaat en stikstof aan het water en fosfaat lost beter op in zuurstofarm water.

Een extraatje is dat de getande bladeren van de Krabbenscheer veelal met rust gelaten worden door Koi en andere karperachtigen. Zodat uw vijver er keurig uit ziet. Een andere pré is natuurlijk de leuke bloeiwijze met de witte kleine bloemen. Krabbenscheer bloeit van mei tot juli met witte bloemen, die boven het water uitsteken. Bij mannelijke planten zitten de bloemen met drie tot zes bij elkaar in een bloeischede, maar er bloeit altijd maar één van die bloemen tegelijk. De mannelijke bloem heeft ongeveer twaalf vruchtbare meeldraden en vijftien tot dertig onvruchtbare, die tot honingklieren zijn omgevormd. Bij vrouwelijke planten is er per bloeischede één bloem aanwezig. De eivormige vrucht is zeskantig en wordt tot 3,5 cm lang. Meestal worden op een bepaalde groeiplaats alleen mannelijke of alleen vrouwelijke planten gevonden. Deze vorm van voortplanting is dan ook van ondergeschikt belang.

Ook al denken we deze plant best veel in sloten te zien en komt hij ook wel veel voor in Nederland en België, toch staat hij gek genoeg in Nederland op de rode lijst en is hij in België zelfs wettelijk beschermd. Dat komt omdat deze plant in schone, niet ál te voedselrijke sloten groeit en gevoelig is voor milieuvervuiling. Daarom heeft hij de laatste decennia forse klappen gehad. Aan de groeisnelheid ligt dit niet overigens. Doordat deze plant vegetatief vermeerdert, dus door middel van uitlopers, kan, zoals al gezegd, een geschikte sloot, met namen in laagveen gebieden, in een seizoen volgroeien! Overigens is die vegetatieve vermeerdering een leuk zicht; Elke plant draagt dan een of twee kleine Krabbenscheertjes met zich mee. Naast Nederland en België komt deze plant in Midden Europa en tot ver in Midden Azië voor. Krabbenscheer groeit het best met de wortels in de modder verankerd, iets wat alleen in ondiepe vijvers kan.